Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging van de strijdige functien van Openbaar Ministerie en van rechter wordt voorkomen.

Ten onzent is het niet anders. Ilier maakt de militaire rechtspleging deel uit van de justitie en wordt ten aanzien van militairen even goed als van burgers in naam der Koningin recht gesproken. Dat het Strafgewalt hier uitvloeisel van het Kommandogewalt zou zijn, is dan ook in strijd met de werkelijkheid. Het spreekt vanzelf — ik heb dit reeds aan het begin van deze paragraaf gezegd — dat het subjectieve tuchtrecht daarentegen wel uitvloeisel van het militair gezag is, hetgeen juist een qualitatief verschil met het strafrecht oplevert.

Intusschen beweert men, dat ter wille van de „Einheitlichkeit der Autoriteit im Heere" het strafrecht in handen van den bevelhebber moet berusten. „Es widerstreite"' —aldus geeft Miricka deze meening weer ') — „dem innersten Wesen des militarischen Organismus. dass neben der Commandogewalt von aussenher eine andere, selbstandig für sich bestehende Macht im Gefiige des Heeres sich geltend mache. Jede solche sich einschiebende Nebengewalt würde den festgeschlossenen Gliederbau lockern, die Autoritat der Commandogewalt schwachen, die Disciplin geföhrden. Der active Soldat müsste in dem Gefühle, dass er mit seiner ganzen Person dem Heere angehöre, irre werden, vvenn er noch eine andere Gerichtsbarkeit als die militarische anzuerkennen hatte, wenn einer ausserhalb des militarischen Verbandes stehenden Gewalt es zukommen sollte, sich seiner Person zu bemachtigen, ihn seinen dienstlichen Obliegenheiten zu entziehen, Strafen gegen ihn zu verhangen und zu vollstrecken" a).

In zijn meer genoemd praeadvies zeide de kolonel Koolemans Beijnen3): „De soldaat moet weten, dat zoowel in vredes- als in oorlogstijd zijn meerdere — hij zij korporaal of generaal — in militaire aangelegenheden geheel over hem beschikt. Alle gezag, hetwelk zich plaatst tusschen den soldaat en zijn meerdere doet afbreuk aan het krijgsgezag — aan het imperium mïlitare. Om te

') T. a. p. blz. 30. Zie ook Dangelmaier, Abhandlungen, blz. 73 en het vroeger meegedeelde citaat uit de Begriindung des Entwurfs einer Militarstrafgerichtsordnung. Materialien, blz. 57b.

*) Hier geldt het bekende gezegde van Napoleon I: «On est citoyen avant d'être soldat». Zie ook Taillefer t. a. p. blz. 157,

3) Handelingen, 1900, I. blz. 218.

Sluiten