Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erover klagen. Alleen in een sterk garnizoen als 's Gravenhage (le auditie) komen deze klachten, zooals mij bericht werd, minder voor. Op 1 Januari 1903 waren voor den krijgsraad beschikbaar: in 's Gravenhage 12 x) hoofdofficieren, 31 kapiteins en 90 luitenants, in 's Hertogenbosch 6 „ ,15 „ „34 „

in Arnhem 4 „ ,15 „ „23 „

in Haarlem 3 2) „ ,6 „ ,16 „ en

in Leeuwarden 2 „ , 5 „ „ 9 „

Vooral in de laatste twee auditien wordt de dienst zeer gedrukt door den krijgsraad. Weliswaar krijgt Leeuwarden een grooter garnizoen, doch met die uitbreiding stijgt ook het getal krijgsraadzaken. Bovendien zijn deze getallen maxima, want mij is medegedeeld, hoeveel officieren van eiken rang op 1 Januari 1903 in den rooster voorkwamen, zoodat in werkelijkheid het aantal vermindert met diegenen, die door ziekte of om andere redenen geen zitting in den krijgsraad kunnen nemen. En dit bedraagt in een enkele residentie soms heel wat, daar niet de wet, maar de Plaatselijke* of Garnizoenscommandant uitmaakt, in hoeverre die redenen gewichtig zijn. Zoo kwam het voor, dat aan een officier-commissaris verlof verleend werd om aan een schermwedstrijd deel te nemen 3). Wanneer nu het militaire strafproces ten onzent gewijzigd wordt, zóó, dat de behandeling der geheele zaak in den krijgsraad geschiedt, zullen de zittingen soms dagen achtereen duren en de leden van den krijgsraad nog oneindig meer aan hun gewonen dienst worden onttrokken, al staat misschien daartegenover, dat de informatiën buiten de residentie van den krijgsraad minder omvangrijk worden. Zeker is dit niet, zooals in Frankrijk blijkt, waar de uitvoerige informatiën door den officier de police judiciaire bestaan niettegenstaande de volledige behandeling der zaak in den krijgsraad.

In andere landen, met name Frankrijk en Duitscbland, is de toestand niet anders. Ook daar worden vele officieren door justitieele diensten aan hun gewonen werkkring onttrokken. Het komt mij

') W. o. 3 korpscommandanten, die maar eenmaal zitting nemen.

!) W. o. de commandant der pantserfort-artillerie, die alleen van 1 November tot 1 Mei zitting neemt.

:!) Dat eenc reden van verhindering nogal eens voorkomt, is naar mijne meening ook toe te schrijven aan den weinigen lust en dc antipathie, welke bij het meercndeel der officieren tegen den dienst in den krijgsraad bestaat.

Sluiten