Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's Konings beslissing verzocht. Overigens gelden de gewone voorschriften, voorzooverre „zulks van eenige toepassing kan gehouden worden" 1).

Met opzet heb ik de afwijkingen van de normale militaire rechtspleging in Frankrijk, Duitschland en ons land aangegeven en wel om aan te toonen, dat zelfs nu, terwijl men beweert met de oorlogsbestemming der militaire justitie rekening gehouden te hebben, de oorlogstoestand veranderingen eischt, zoowel ten aanzien van de organisatie en van de bevoegdheid van den militairen rechter als met betrekking tot de procedure. In ons land zullen deze veranderingen grooter worden, naarmate het militaire proces meer in overeenstemming met het moderne strafproces wordt gebracht. Nu is het duidelijk, dat de oorlogstoestand als uitzondering niet den vredestijd als regel mag beheerschen, wanneer vaststaat, dat de militaire justitie er niet om het leger is, evenmin als dit ten aanzien van de verpleging het geval is. Wij hebben gezien, dat de Duitsche regeering dezelfde rechtspleging voor oorlogs- als voor vredestijd bedoelde, maar dat niettegenstaande de rechtspleging wel degelijk gewijzigd wordt. Daaruit volgt, dat er geen noodzakelijk verband tusschen de rechtspleging in vredestijd en in oorlogstijd behoeft te bestaan en ook niet zal bestaan in de toekomst-oorlogen van enkele weken. Tijdens den oorlog zullen alleen tuchtvergrijpen moeten berecht worden, hetgeen liefst „standrechterlich" moet geschieden. Eene procedure, die niemand in vredestijd wenscht.

Daarmee is tevens toegegeven, dat de militairen in vredestijd niet aan eene minderwaardige rechtspleging behoeven onderworpen te zijn dan de overige burgers, wijl in oorlogstijd toch eene andere jurisdictie moet ingevoerd worden. Eene jurisdictie even exceptioneel als de tijdsomstandigheden zelf, zoodat naar mijne meening over haar kan gezwegen worden. Voor de inrichting der rechtsmacht over militairen, hetzij dat deze eene afzonderlijke organisatie uitmaakt, hetzij dat zij aan den gewonen rechter opgedragen wordt, is het onverschillig, dat in oorlogstijd op bijzondere wijze over een deel der bevolking zal recht gesproken worden.

') Art. 267 R. L.

Sluiten