Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

en de misslagen, welke zij moeten begaan, komen wel neer op de hoofden van hen, die den militairen rechter handhaven, maar helaas niet, zonder dat het prestige der officieren schade lijdt. Sutor ne ultra crepidam!

Een enkel woord dien ik nog te zeggen over de wijze, waarop naar mijne meening de militaire rechtspleging in verband met de disciplinaire verhoudingen van de militairen onderling behoort geregeld te worden.

De strafrechtspleging komt in haar geheel bij den burgerrechter, die op dezelfde wijze ratione ntateriae zal bevoegd zijn als nu ten aanzien van burgers het geval is, d. w. z. im Grossen und Ganzen voor de misdrijven de arrondissementsrechtbanken en voor de overtredingen de kantongerechten. Het spreekt van zelf, dat de overtredingen tegen de krijgstucht hier niet bedoeld worden.

Op tweeërlei wijze moeten nu de tegenwoordige militaire en gemengde delicten in het Wetboek van Strafrecht opgenomen worden. De vergrijpen, die ook strafbaar zijn, wanneer zij door burgers gepleegd worden, al zij het in mindere mate, zullen op de gewone wijze in het Wetboek van Strafrecht opgenomen blijven, terwijl de verhooging der strafbaarheid, wanneer liet feit door een militair gepleegd wordt, door middel van eene bepaling als het geldende artikel°44 van dat Wetboek moet verkregen worden. Zoo b.v. diefstal, waarbij de dader misbruik maakt van de gelegenheid hem verschaft door zijne inkwartiering, of, wanneer hij als schildwacht goederen, onder zijne bewaking gesteld, wegneemt. Andere feiten zullen als gequalificeerde misdrijven moeten opgenomen worden, naast of onder de reeds opgenomen strafbare feiten. Zoo zal men diefstal op de chambree of in de stallen onder artikel 311 van ons Wetboek kunnen brengen, desnoods door toevoeging van een nieuw nummer. Immers deze feiten worden onder omstandigheden gepleegd, welke weliswaar geen zuiver militair vergrijp doen ontstaan, maar toch voor den militair zwaarder moeten gelden.

Anders staat het met de zuiver militaire delicten, wat die betreft in vredestijd o.a. door den kolonel Koolemans Beijxen l) onder drie rubrieken gebracht: plichtverzuim, insubordinatie en desertie; wellicht in oorlogstijd nog met een enkele te vermeerderen. Deze misdrijven zouden

') Praeadvies voor de Nederlandsche Juristen-Vereeniging (1900) I, blz. 220.

Sluiten