Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgedragen te zijn, behoeft geen nader betoog meer. De strafopIegger is verantwoordelijk aan zijne chefs en daarmee is uitgesloten, dat de strafrechter — om in den trant der Duitsche regeering te spreken — zich tusschen beide militaire autoriteiten inschuift. „Jede solche sich einschiebende Nebengewalt würde den jetzt festgeschlossenen Glieberbau lockern" 1).

Wellicht moeten de tuchtstraffen herzien worden, doch dit, zoowel als de wijze van opleggen en de gevolgen ervan, vallen buiten mijn bestek, dat beperkt is tot eene aanwijzing, hoe naar mijne meening zich het strafrecht en het tuchtrecht zullen verhouden en hoe de bestraffing zal moeten geregeld worden, wanneer de afzonderlijke rechtsmacht voor militairen is aangeschaft. Meer dan deze aanwijzing kan ik niet geven, al niet, omdat mijn arbeid, gelijk ik heb gezegd2), een onderzoek is, „ in hoeverre eene afzonderlijke rechtspraak voor militairen noodzakelijk of gewenscht is". De regeling van het tuchtrecht ligt daarbuiten.

Aan het einde van zijn onlangs verschenen werk: „Het wijsgeerigeconomisch stelsel van Karl Marx" zegt prof. mr. M. W. F. Treub3) : „Ik heb mij tol taak gesteld bij mijn critiek op MARx'stelsel ook opbouwend te werk te gaan. Ware dat niet het geval geweest, dan zou deze studie heel wat beknopter zijn geworden. Met nieuwen opbouw bedoel ik echter niet het vestigen van een nieuw stelsel..." Deze woorden kan ik tot de mijne maken, in zooverre dat ik ook bij mijne kritiek op het bestaande stelsel van de militaire rechtsmacht opbouwend ben te werk gegaan, in dien zin, dat ik, vooral in de Tweede Afdeeling, telkens heb aangegeven, op welke wijze verbetering in den bestaanden toestand is te brengen- Daarbij kwamen meermalen details ter sprake, welke bij eene kritische behandeling uit een algemeen oogpunt naar sommiger oordeel hadden kunnen gemist worden. Doch ik moest dikwijls tot in bijzonderheden afdalen om aan te toonen, dat zelfs in details niet die verbetering van het militaire proces mogelijk is, welke door allen wordt verlangd, die aan de militairen dezelfde rechtszekerheid als aan de overige burgers

') Materialien, blz. 51b. ') Hiervoor blz. 4. 3) II, blz. 419.

Sluiten