Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„non bis in idem" kan worden ingeroepen, wanneer een feit is te last gelegd, in hoofdzaak gelijk aan een feit dat vroeger onderwerp van rechterlijke beslissing heeft uitgemaakt, doch anders omschreven. Iemand kan bijv. van rechtsvervolging ontslagen zijn omdat hem was te last gelegd het wegnemen van aan een ander toebehoorend goed zonder vermelding van het oogmerk tot wederrechtelijke toeëigening. Wanneer hij 1111 andermaal vervolgd wordt op eene dagvaarding die dat oogmerk wel vermeldt, betreft de tweede vervolging dan een ander of hetzelfde feit?

"Wie onder feit hier verstaat strafbaar feit, zal deze vraag in eerstgemeklen zin moeten beantwoorden, immers de eerste telastlegging hield niet een strafbaar feit in.

De terminologie van het wetboek laat echter niet toe, waar „feit" gebezigd is. te lezen „strafbaar feit '. De wet maakt onderscheid tnsschen beide uitdrukkingen, en wanneer zij uitsluitend strafbaar feit bedoelt (bijv. in art. 2), heeft zij ook deze uitdrukking gebezigd. Wel is waar zijn sommige wetsbepalingen slechts toepasselijk op feiten, indien zij strafbare feiten zijn, als art. 37, 39 en volg.; de rechter moet toch eerst de strafbaarheid van het feit, daarna die van den dader beoordeelen, omdat, wanneer een feit niet strafbaar is, de vraag of de dader van dat feit om eenige reden onstrafbaar zou zijn niet te I'as komt. Doch dit is geene reden om hier aan het feit eene andere beteekenis dan elders te geven.

Men kan echter de vraag hier verder zóó stellen: of art. 68 dan wellicht alleen op strafbare feiten toepasselijk is.

Ook deze vraag moet m. i. ontkennend beantwoord worden. Wanneer een feit eenmaal verklaard is niet strafbaar te zijn, dan heeft de beklaagde er recht op dat hij niet andermaal wegens dat feit in rechten geroepen wordt, en, zoo dit geschiedt, dat niet andermaal de vraag behandeld wordt of hij het feit gepleegd heeft, al wordt het ook, wat de bijkomende omstandigheden betreft, anders omschreven.

De wetgever heeft hier afgesneden eene herhaalde beslissing over dezelfde materieele gegevens. Hij wijst daarom de nadere vervolging af, wanneer die gegevens onbewezen zijn verklaard, wanneer zij perse geen strafbaar feit kunnen opleveren, wanneer zij zóó als zij in de dagvaarding voorkomen niet strafbaar zijn. In het laatste geval is er wel slechts sprake van een verzuim van het oj>enbaar ministerie in het redigeeren zijner dagvaarding, doch dit verzuim is niet beslissend; ook vrijspraak kan het gevolg zijn van een verzuim, nl. in het verzamelen van het noodige bewijsmateriaal.

Onder feit in den zin der wet, dus ook van dit artikel, versta ik het geheel der materieele gegevens, noodig voor de beantwoording van de vraag of er in verband met tijd en plaats iets strafbaars is begaan.

Sluiten