Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit feit, dat do dagvaarding op straffe van nietigheid moet inhouden. is het feit dat niet tweemaal lierecht mag worden i).

Het is dus iets dat te last gelegd kan worden en in zijn geheel de kern \an een strafbaar feit uitmaakt. Daarom komt mij ook uit dit oogpunt onjuist vóór de beslissing der Rechtbank te 's Hertogenbosch 2), waarbij niet-ontvankelijk werd verklaard de vervolging van wederspannigheid gepleegd bij eene jachtovertreding omdat reeds bij de vervolging van de laatste was te last gelegd dat zij begaan was bij feitelijken wederstand; ook de uitdrukkelijke bepaling van art. 41 c der Jachtwet was hiermede veronachtzaamd.

Binten de materieele gegevens valt al wat het immaterieele element van het strafbare feit uitmaakt: opzet, schuld, oogmerk, rekening houden met gevolgen die te voorzien waren, en ook zoodanig omstandigheid als aan het gepleegde zijn strafbaar karakter geeft S).

Zóó zal bij vervolging wegens diefstal, indien in de dagvaarding het oogmerk tot wederrechtelijke toeëigening niet is uitgedrukt, en de overige vereischten wel in de telastlegging zijn opgenomen, eene tweede vervolging uitgesloten zijn omdat zij hetzelfde feit zoude betreffen; zoodanige dagvaarding moet dan ook ontslag van rechtsvervolging medebrengen.

Men vergelijke hieromtrent het arrest van den Hoogen Raad van 13 April 1891 4).

1) Bij arrest van den Iloogen Raad van 20 Maart 189!), Wbl. 7259, P. v. J. 1899, no. 29, werd aangenomen dat de vermelding van den loens delieti niet behoort tot de omschrijving van het feit.

Het wijzigingsontwerp van den Minister ('ort van der I,inden (1900) vervangt feit door handeling.

2) Vonnis van 10 November 1898, P. v. J. 1899, no. 16.

8) Van Roven, in Rechtsgeleerd Magazijn X, bladz. 437 volg., wil hier lezen strafbaar feit, en leidt die beteekenis van feit in dit artikel af van die welke het volgens hem heeft in art. 143 Wetboek van strafvordering, zooals dat thans luidt.

De methode, waarbij de beteekenis van art. 08 wordt verklaard uit die van eene later tot stand gekomene wetsbepaling, schijnt mij bedenkelijk. Ik zou mij kunnen vereenigen met de verklaring van art. 08 uit de beteekenis die het woord feit in onze wetgeving, bepaaldelijk ook in het Wetboek van strafvordering had toen het \\ etboek van strafrecht werd vastgesteld. Maar daarbij worde dan ook niet uit het oog verloren het verschil tusschen nietigverklaring van dagvaarding negens het niet inhouden van een feit, en ontslag van rechtsvervolging wegens niet te last leggen van een strafbaar feit, waarvan Mr. van Roven, in art. 143 feit verklarende als strafbaar feit, zich afmaakt door de mededeéling dat hij zich aan eene oplossing van de tegenstrijdigheid, waartoe hij geraakt, niet wagen wil.

4) Wbl. 0022, P. v. J. 1891, no. 09.

Sluiten