Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den beklaagde en de strafbaarheid van liet feit wordt beslist, en dan moet nog- in het vonnis in verband met de veroordeeling, de vrijspraak of het ontslag van rechtsvervolging uitgemaakt zijn wat de bestemming of het gebruik van het voorwerp is geweest. Maar het wijzen van zoodanig vonnis is juist door den dood des verdachten uitgesloten.

Om het gevoelen des Ministers tot waarheid te maken had art. 219 eene expresse bepaling omtrent dit onderwerp moeten inhouden.

Alleen in het geval van art. 47 der jachtwet bestaat de mogelijkheid tot het gelasten van vernieling, indien nl. het feit aan de kennisneming van den rechter is onderworpen; deze omstandigheid is aanwezig wanneer het onderzoek ter terechtzitting heeft plaats gehad. Hier moet dus, indien de dood daarna voorviel, den rechter de bevoegdheid worden toegekend alsnog de vernieling te gelasten; hij zal dit moeten doen bij de verklaring dat het recht tot strafvordering vervallen is.

4. „Dat de strafactie vervalt door den dood van den verdachte, „spreekt van zelf. De uitdrukking van dien regel in de wet is echter „niet overbodig, met het oog op de niet langer te erkennen uitzonderingen, die het gekiende regt (art. 447—451 strafv.) daarop aanneemt voor de vermogensstraffen in belastingzaken."

Aldus de Memorie van toelichting. De Regeering heeft echter het hier ingenoinene standpunt niet kunnen handhaven. Bij de behandeling der wet tot wijziging van het Wetboek van strafvordering heeft de Tweede Kamer, zich vereenigende met een amendement der Commissie van Rapporteurs, de schrapping van de door de Regeering veroordeelde artikelen niet kunnen goedkeuren, welke dus als art. 410 en volgende, eene uitdrukkelijk op art. 69 gemaakte uitzondering behelzende, nog in het wetboek voorkomen.

ö. Art. 410 Wetboek van strafvordering spreekt, evenals het oude art. 447, van „verhaal van boete of van verbeurte van bepaalde voorwerpen in zake van landelijke, plaatselijke en andere openbare belastingen".

Dit verhaal heeft blijkens de volgende artikelen eensdeels de beteekenis van vordering tot veroordeeling, en betreft overigens de maatregelen die tot inning van boete en verbeurd verklaarde voorwerpen strekken, gelijk die in belastingzaken zijn voorgeschreven.

Onder verhaal kan dus niet begrepen worden wat volgens sommige bepalingen op het stuk van rijksbelastingen is voorgeschreven omtrent gevangenisstraf (thans volgens art. 7 der Invoeringswet hechtenis) in geval van wanbetaling, enkel het verhaal op de goederen van den veroordeelde.

Sluiten