Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het feit (handeling of verzuim) onafhankelijk van dat waarop zich het gevolg openbaart, brengt mede dat voor de onderscheidene deelnemers aan eenig misdrijf of eenige overtreding moet -worden gelet op het tijdstip van lninne deelneming, en niet op dat waarop hot strafbare feit zijn beslag- krijgt.

Fysieke daders, intellectueele daders, medeplichtigen, kunnen allen op verschillende dagen tot hetzelfde feit medewerken. Wat de eersten doen, het eigenlijke voltooien van het misdrijf, is toch eerst het gevolgvan hetgeen de intellectueele daders en de medeplichtigen deden; het latere plegen van het misdrijf kan dus niet beslissend zijn voor het tijdstip waarop zij gehandeld hebben i).

Daarenboven zou men bij tegenovergestelde opvatting tot de gevolgtrekking komen dat de duur der strafrechtelijke verantwoordelijkheid van intellectueele daders en medeplichtigen bepaald wordt door den fysieken dader; wat blijft voor hen dan over van de redenen der verjaring: verzwakt bewijs, verzwakte herinnering?

In de praktijk zal er trouwens geen groot verschil zijn daar de onderscheidene tijdstippen niet ver uit elkander kunnen liggen -).

3. De algemeene regel lijdt volgens art. 71 zelf drie uitzonderingen.

Vooreerst loopt bij valschheid, valsche munt en muntschennis de termijn van den dag- na dien, waarop gebruik is gemaakt van het valsche stuk, of de valsche of geschondene munt.

Hier wordt geen onderscheid gemaakt of de valschheid en het gebruik maken de handelingen van denzelfden dader dan wel van verschillende personen zijn.

Blijkens de Memorie van toelichting werd met voordacht dit onderscheid buiten aanmerking gelaten. Men deed dit omdat het zóó moet (wat zonder nadere motiveering bezwaarlijk een argument kan heeten) en omdat valschheid dikwijls zoo laat ontdekt wordt, bijv. bij testamenten. Consequent ware het geweest den verjaringstermijn bij alle misdrijven van de ontdekking af te doen loopen; er zijn overigens vele valschheden die spoedig ontdekt worden.

Het gevolg is nu dat valschheid, valsche munt en muntschennis vervolgbaar kunnen blijven vele jaren langer dan andere misdrijven van dezelfde zwaarte, waarbij weder worden losgelaten de beginselen

1) Anders voor zooveel betreft de intellectueele daders Polenaar en Heemskerk, aanteekening 7.

2) Art. 71 few van het wijzigingsontwerp van den Minister ('ort van der Linden (1900) bepaalt uitdrukkelijk berekening van den termijn afzonderlijk voor iederen dader en medeplichtige.

Sluiten