Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altijd blijkt de overtreding uit de registers, dikwijls uit de volgens art. 215 Burgerlijk Wetboek daaraan gehechte stukken: zóó de overtreding bedoeld bij art. 465 Wetboek van strafrecht, daar toch nergens is voorgeschreven dat de lmwelijksacten van de overlegging van stukken melding moeten maken. De bijlagen worden nu wel aangehecht en mede ter griffie gedeponeerd, maar zij zijn niet „de registers waaruit zoodanige overtreding blijkt" noch maken zij er deel van uit. Voor de hier bedoelde overtredingen geldt dus nog steeds de gewone verjaringstermijn.

Voorts luid men wel gedaan door ook eene regeling te treffen voor de overtredingen van art. 8 der wet op de nationale militie, waarvan de ontdekking eveneens in den regel eerst plaats vindt bij het onderzoek van de registers, en die toch niet behooren tot de hier genoemde overtredingen i).

0. Eene niet no. 3 van dit artikel eenigszins overeenkomende bepaling der wet op het notarisambt is gehandhaafd bij art. 10, no. <i der Invoeringswet. Art. 55 der bedoelde wet doet den termijn van verjaring loopen van den dag waarop de overtreding op de wijze bij art. 59 vermeld heeft kunnen worden geconstateerd, d. i. waarop de acten in handen van den ontvanger der registratie gekomen zijn.

Artikel 72.

Elke daad van vervolging stuit de verjaring, mits die daad den vervolgde bekend of hem op de bij de wet voor gerechtelijke acten bepaalde wijze beteekend /.ij.

Na de stuiting vangt een nieuwe verjaringstermijn aan.

1. De vervolging stuit de verjaring van het recht tot strafvordering, met dien verstande dat, zooals het tweede lid van dit artikel zegt, na de stuiting een nieuwe verjaringstermijn aanvangt.

2. Ter voldoening aan het verlangen der Commissie van Rapporteurs heeft de Minister het tweede lid in het artikel gebracht, ofschoon hij zelf van oordeel was dat het overtollig mag heeten.

Bij de vaststelling van het tweede lid werd uit het oog verloren het beginsel, bij het vorige artikel aangenomen, dat niet bij uren.

1) Hierin is voorzien bij het wiizigingsontwerp van den Minister Cort van der Linden (1900).

Sluiten