Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar bg dagen moet worden gerekend, en is verzuimd te bepalen dat ue nieuwe termijn zal aanvangen den dag na dien der stuiting

Hier zal dus het oogenblik der stuiting beslissend zijn, en, waar dit met vaststaat, de dag der stuiting in zijn geheel in den veriarinestennijn begrepen moeten worden.

3. De verjaring wordt gestuit door elke daad van vervolging dus word? * WedCT WaDneer eene nieuwe ,laai1 van vervolging verricht

Voor de stuiting is noodig de daad van vervolging en werkelijke of wettelijk onderstelde bekendheid daarvan bij den vervolgde.

Het laatste vereisehte verklaart tot zekere hoogte het eerste: immers het bestaan van eenen vervolgde blijkt er uit noodig te zijn, al zoo ook eene daad van vervolging tegen eene bepaalde persoon.

ken onderzoek, dat niet tegen eenen bepaalden verdachte gericht w, kan dus geene stuiting te weeg brengen; is daarentegen iemand

01 llet °Pe,,baar ministerie als verdachte aangewezen en bijv. als zoodanig opgeroepen, dan is er eene daad van vervolging en is er een vervolgde.

De daad van vervolging is in de eerste plaats eene daad van het

" ',,a' "lini's,,Tio; over 'l°t algemeen niet die van politieambtenaren!) or hulpofficieren van justitie.

Ten aanzien van de laatsten moet hier echter eene uitzondering wonen gemaakt voor de bemoeiingen, door hen bij verhindering of ontstentenis van het openbaar ministerie krachtens art. 55 Wetboek van strafvordering waargenomen, onder voorwaarde al weder dat die eenen bepaalden verdachte betreffen en hem bekend zijn. Dezelfde handelingen, door den officier van justitie verricht, zijn toch ongetiteld ook daden van vervolging. Als zoodanig kunnen daarentegen met worden beschouwd onderzoekingen door politieambtenaren (ook hulpofficieren), op last van den officier verricht, ook al mochten die meer bepaaldelijk tegen eenige persoon gericht zijn; bijv. verhoeren \an iemand van wien een misdrijf vermoed wordt. Dergelijke voorioopige onderzoekingen moeten immers nog uitwijzen of er een verdachte of beklaagde zijn zal.

z00 ook is het aanhouden en het vóór den officier van justitie geleiden van den vermoedelijke,, dader van een misdrijf niet eene daad van vervolging, maar ééne die de vervolging voorbereidt.

Het openbaar ministerie vervolgt. Tot de daden van vervolging be-

>) Anders naar het schijnt de Kantonrechter te Pui-merend 24 Mei 18!)4 \V hl. bo25. 1

Sluiten