Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteekenissen toekende. Zoolang niet noodzakelijkheid voor liet tegendeel bestaat, moet men het er dns voor honden dat geweld, onderwerp van bedreiging, dezelfde beteekenis heeft als toegepast geweld l).

Dat bij de toepassing van art. 180 aan geweld eene zoo uitgebreide beteekenis gegeven is, mag zeker ook wel worden toegeschreven aan den nawerkenden invloed van den Code pénal op de appreciatie van het misdrijf van wederspannigheid.

Art. 209 van dat wetboek spreekt van résistanee avec violences et voies de fait, gewelddadigheden en feitelijkheden. Vermits violences altijd ook zijn voies de fait, kan de bedoeling van het verbindend voegwoord niet zijn, dat steeds geweld en feitelijkheden samen moeten gaan, maar dat het verzet èn door geweld èn door feitelijkheden gepleegd kan worden. Wel heeft de jurisprudentie, zich voegende naar de gebrekkige officieele vertaling van résistanee avec violences et voies de fait door: gewelddadige en feitelijke wederstand, in thesi generali vastgesteld dat er moet zijn gepleegd „wederstand, feitelijk en gewelddadig"2), maar in de concrete toepassing heeft men de feitelijkheid van de gewelddadigheid afgescheiden. Zóó is er toe gebracht het aanleggen en van nabij richten van een vuurwapen op ambtenaren, het afschieten van een zelfs niet met scherp geladen wapen 3), wat toch waarlijk met den besten wil niet onder geweld gebracht kan worden. Dergelijke handelingen behooren, evenals het zich vasthouden, zich losrukken, tot de feitelijkheden.

Onze wet kent echter alleen geweld of bedreiging met geweld als element van verzet; feitelijkheden, die geen geweld zijn, worden niet meer genoemd -•).

Geweld is dus zoodanige krachtsoefening, waarvan de bedreiging geschikt is iemand uit vrees te doen zwichten, hetzij door iets na te laten dat hij voornemens was te doen, hetzij door iets te doen dat hij voornemens was te laten. Door de bedreiging moet vrees voor laesie van persoon of goed kunnen worden opgewekt; het geweld moet dus tot zoodanige laesie kunnen leiden.

') Zie van Hamel in Tijdschrift voor strafrecht I, 392 volg., die tot verdediging van de bestaande opvatting niet anders komen kan dan door het aannemen van verschil in beteekenis.

2) Schooneveld, artikel 209, no. 7.

3) Ibidem no. 14 en 17.

4) In de strafbaarheid van verzei door zich vast te bonden of los te rukken voorziet, of behoorde te voorzien art. 184.

Sluiten