Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevinden; ook van hen geldt dat zij geene schepelingen zijn wanneer zij zieli niet aan boord bevinden.

Bij art. 381 nu wordt als schuldig aan zeeroof, bij art. 389 als kaper, strafbaar gesteld wie als schepeling dienst neemt op een roofschip of kaperschip. Naar de letter is dit hij die als zich aan boord bevindend officier of gezel dienst neemt. Men kan echter ook zoo lezen dat als schepeling dienst nemen beteekent dienst nemen om als officier of gezel zich aan boord te bevinden; strikt genomen had er dan echter moeten staan: hij die dienst neemt als schepeling op zoodanig vaartuig.

Hoe kan een schepeling zich schuldig maken aan desertie vóór den aanvang der reis'? De reis niet medemakende bevindt hij zich juist niet aan boord en is hij geen schepeling.

Gelijke bedenking geldt ten aanzien van artt. 392 en 393. Deserteerend schepeling is alleen hij die met opzet van boord wegloopt, niet hij die, met verlof van boord en dus oogenblikkelijk geen schepeling zijnde, het opzet tot wegblijven opvat en volvoert.

Bestond de bepaling van art. 85 niet, men zou aan het begrip schepeling zijne natuurlijke beteekenis van tot den dienst verbonden officier of gezel kunnen geven; thans is dat niet mogelijk i).

Artikel 86.

Onder Nederlandsche schepen worden alleen verstaan die vaartuigen welke door de wet betrekkelijk de afgifte van zeebrieven en vergunningen tot het voeren der Nederlandsche vlag als zeeschepen worden aangemerkt.

1. Nederlandsche schepen zijn alleen eene bepaalde soort van vaartuigen : vaartuig is hot genus, schip de species.

De wet zegt dit niet uitdrukkelijk, doch het ligt geheel in haar stelsel. Het volgt in de eerste plaats uit dit artikel. Voorts is volgens de Memorie van toelichting in art. 405 „de ruime uitdrukking" vaartuig gekozen, omdat de daar strafbaar gestelde handelingen veelal met kleine bodems (visscherspinken) gepleegd worden; in art. 408 is om dezelfde roden het oorspronkelijk gebezigde woord schip in vaartuig

') In het wijzigingsontwerp van den Minister Cort van der I.inden (1900) worden liet tweede en het derde lid gelezen:

Opvarenden zijn allen die zieh aan boord bevinden of zich tijdelijk van boord hebben verwijderd, met uitzondering van den schipper.

Schepelingen zijn allen die zieh als scheepsofficieren of scheepsgezellen aan boord bevinden of zich als zoodanig voor eene reis hebben verbonden.

Sluiten