Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de vraag of hier overschrijding van slooten, enz. gebezigd kan worden, een woord door de Commissie van Rapporteurs aan de hand gedaan, werd bevestigend geantwoord. Het werd zelfs voor het onderhavige geval de juiste uitdrukking geacht. De hoogleeraar de Vries zeide: „De sloot of gracht wordt hier niet als een water beschouwd, „maar speciaal als eene grens of afsluiting. Niet dus het springen, varen, „zwemmen, waden, enz. op zich zelf wordt verboden, maar het pas„seeren van de grens, het niet eerbiedigen der afsluiting. Bij grenzen nu „is overschrijden het ware woord. Zoo b.v. de grenzen der betamelijkheid „overschrijden. Eene sloot of gracht overschrijden is dus niet in 't alge„meen: er over heen gaan, maar door er over heen te gaan de grens „te schenden die door den eigenaar gesteld was. Twee personen springen „na elkander over eene grenssloot: de eigenaar en een strooper. De „eerste heeft de sloot overgesprongen; de tweede ze overschreden, want „zijn springen was een tebuitengaan van de hem gestelde perken" ')•

Het woord overschrijden werd dientengevolge gekozen.

Men heeft daarmede echter eene nieuwe moeielijkheid geschapen.

Blijkens de toelichting toch wordt het woord hier gebruikt niet in zijne natuurlijke beteekenis van schrijden, schreden zetten, loopen over iets, maar in de overdrachtelijke beteekenis van perken te buiten gaan. Er wordt niet mede aangewezen eene bijzondere wijze van overgaan, maar het onrechtmatige overgaan, het violeeren der zichtbare grens.

Maar daaronder valt ook het gaan door eene drooge sloot, evenals volgens den Minister het gaan over eene toegevrorene sloot; toch is noch de drooge, noch de toegevrorene sloot eene afsluiting: zij is niet meer dan eene grensaanwijzing.

Op de vraag nu der Commissie van Rapporteurs, of men consequent ook niet heggen en greppels nevens slooten en grachten moest noemen, en of dan ook het gaan door eene opening in eene heg onder inklimming begrepen zou moeten worden, antwoordde de Minister dat het laatste zou zijn in strijd met de ratio; wanneer toch in eene heg een gat is, kan de eigenaar dat dichten; bij verzuim heeft hij geene aanspraak op bijzondere bescherming; over waterstand of vorst daarentegen is men geen meester.

Het één en het ander is onjuist.

Een gat in eene heg kan tot toegang gebezigd zijn voordat de eigenaar gelegenheid heeft gehad het te doen dicht maken; hij kan daarentegen zijne sloot zóó maken dat er altijd water in is, en ze bij vorst openhouden. De tegenstelling mist dus beteekenis; daarenboven wordt hielde ratio der strafverzwaring bij inklimming weder niet gezocht in de ongewone wijze van zich toegang te verschaffen, opgesloten in het

11 Smult I, eerste <lrnk 508, tweede druk 543.

Sluiten