Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het onderwerp van een bestek of plan van aanneming. Daarvoor zijn niet zulke vaste zekere gronden aanwezig, waarop vooraf de raming van uitgaven zou kunnen worden gemaakt als bij eene gewone begrooting, bij welke de uitgetrokken cijfers dan toch ook slechts raming zijn. In dezen geest is ook de wet van 1843 gemaakt en uitgevoerd. Men heeft overgeschreven van eiken post op eiken anderen. Deze wijs van uitvoering, schoon steunende op art. 24 van de wet houdende instructie voor de Algemeene Rekenkamer, scheen mij, zoodra ik er aandachtig op werd, hetgeen eerst na mijne beantwoording van het verslag geschiedde, voor het vervolg ongeoorloofd. Overschrijving toch van posten, in eene wet zelve tot bepaalde cijfers uitgetrokken, mag, mijns inziens, uit den aard der zaak niet dan voor zooveel die wet er toe machtigt, plaats hebben. Uit dezen hoofde heb ik mij verplicht geacht denzelfden vorm, die aangenomen is bij de begrootingswetten in het algemeen, en wel bepaaldelijk bij die begrootingswet, die het meest met deze kan vergeleken worden, die van de Landsdrukkerij, aan te nemen.

Maar, Mijne Heeren, het was niet genoeg dien vorm te volgen, en de cijfers te laten gelijk ze waren voorgesteld. Zij waren voorgedragen in de oude onderstelling, dat van elk artikel op elk ander kon worden overgeschreven. Twee wegen stonden mij open. Ik kon voorstellen, dat aan de uitvoerende macht wierd vergund voort te gaan op dienzelfden voet, waarop tot dusverre, volgens art. 24 van de wet op de Rekenkamer, was gehandeld. Ik heb gemeend dit middel niet te moeten kiezen. Waarom niet? Omdat ik van oordeel was dat alsdan de begrooting of staat van kosten inderdaad ophield eene begrootingswet te zijn. Het tweede middel was een post van onvoorziene uitgaven uit te trekken, met bepaalde machtiging om daaruit op aangewezen posten over te schrijven. Dit stemde met de beginselen onzer tegenwoordige wetgeving overeen, maar eischte, dat de post voor onvoorziene uitgaven aanmerkelijk wierd verhoogd. Er bleef dus niets anders over dan te doen hetgeen ik heb gedaan; ik trok van elk der posten tien percent af; ik beperkte ze alzoo ieder zooveel mogelijk; doch vermeerderde met die tien percent den post van onvoorziene uitgaven, om aldus die vrijheid van overschrijven, die bij de uitvoering van dergelijke begrootingswetten volstrekt noodzakelijk is, te verkrijgen. Ziedaar, Mijne Heeren, de strekking van de voorgestelde wijziging, namelijk om te bewerken dat de uitvoering dezer wet wettig en streng volgens het bij onze andere begrootingswetten aangenomen beginsel, zij geregeld.

De commissie van beheer en toezicht over de droogmaking van liet Haarlemmermeer had, in 1847, eene overeenkomst gesloten met het Hoogheemraadschap van Rijnland, waarbij die commissie op zich nam, „behoudens alle medewerking van Rijnland", zorg te dragen dat de boezem van Rijnland, gedurende den tijd der droogmaking geen hooger stand zoude verkrijgen dan

Sluiten