Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een vastgesteld peil. Echter werd aan die overeenkomst een tweede lid toegevoegd: „Deze verbintenis lijdt alleen uitzondering in zeer enkele gevallen, wanneer liet blijkt dat, ten gevolge van overmacht, het niet mogelijk geweest is, in weerwil van alle aangewende diligentie, dezen waterstand te behouden.' Van de zijde van Rijnland werd over niet-naleving dezer overeenkomst geklaagd. De heer van Lijnden verzoekt aangaande de waarde dezer klachten te worden ingelicht.

I)e geachte spreker (de heer van Lijnden) heeft in het begin zijner rede gezegd, dat het nu voorgedragen amendement, hem, althans wat de wijze van indiening betreft, verrassend was toegeschenen, of hem, ik geloof dat de geachte spreker zoo gezegd heeft, had bevreemd.

Ik geloof niet, Mijne Heeren, dat eene poging, aangewend om een wezenlijk gebrek in een ontwerp van wet te verbeteren, ooit vreemd kan worden genoemd, — ooit bevreemding kan wekken.

Ik moet intusschen erkennen dat het mij zeiven vreemd is voorgekomen, dat ik niet vroeger datzelfde gebrek heb opgemerkt, en dat ik, het eenmaal opgemerkt hebbende, mij heb verwonderd dat ik noch door den Raad van State, noch door het Verslag van deze Kamer voortgekomen, op het gebrek ben opmerkzaam gemaakt.

Ik wijt de schuld aan mij zei ven, ik moet de schuld op mij nemen, want het zal aan mij zijn, dat de uitvoering van deze wet zal zijn opgedragen; het is dus aan mij, dat in de eerste plaats toekwam, de middelen tot de geregelde uitvoering van de wet, wel te overwegen.

Wat het in de tweede plaats door den geachten spreker aangevoerde punt betreft, zoo zal hij, niet onbekend met de uitvoering van dergelijke werken, beamen, dat een strijd, als die waarop hij heeft gewezen, in zoodanigen toestand als waarin de zaak der droogmaking verkeert met betrekking tot Rijnland, onvermijdelijk, en, eens ontstaan, door geen middel geheel uit den weg te ruimen is. De Commissie van droogmaking tracht te doen, wat zij kan; het blijkt uit de overeenkomst, uit dat deel van die overeenkomst, hetwelk door den geachten spreker is aangehaald, dat uitzonderingen zijn toegestaan, dewijl men, bij het sluiten dier overeenkomst, heeft gevoeld, dat men het navolgen van één regel onder alle omstandigheden, in eene dergelijke zaak, niet altijd voor mogelijk moest houden. Welnu! Nu kan het zijn, dat van de zijde van Rijnland uitzonderingen öf geheel niet 6f zeer weinig werden gewacht, dat de Commissie van droogmaking, die de handelende partij is, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het werk en haar zooveel mogelijk wenscht te bespoedigen, meer uitzonderingen moet maken, dan van de andere zijde wel wordt gewenscht. Geschillen van dien aard, Mijne Heeren, kunnen, geloof ik, slechts worden beoordeeld met betrekking tot het tijdstip zelf; met betrekking tot de omstandigheden zelve, waarop of waaronder zij zijn ontstaan.

In de memorie van beantwoording is gezegd, dat die overeenkomst

Sluiten