Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wellicht niet moest zijn gesloten. Ik heb dit gezegd, dewijl mij het hoofdonderwerp van deze overeenkomst niet geschikt, niet vatbaar schijnt voor eene overeenkomst in burgerlijken, in civielen zin van het woord. Dit heeft men, toen men de overeenkomst tot stand bracht, gevoeld; vandaar de goedkeuring, door den Koning aan die overeenkomst verleend, gelijk blijkt uit bijlage B, beperkt door de voorwaarde, dat daardoor op geenerlei wijze mocht worden te kort gedaan aan de rechten van oppertoezicht, den Koning over den waterstaat opgedragen.

Het hoofdonderwerp der overeenkomst is eene zaak der Regeering, eene zaak van publiek recht en niet van particulier belang. Dit is uitgedrukt in de voorwaarde, onder welke de goedkeuring der overeenkomst is verkregen, en ik meen te mogen aannemen, dat, zoo men had doorgedacht op die voorwaarde en zich toen niet door de omstandigheden gedrongen had geacht, men wellicht tot de sluiting niet ware overgegaan.

De heer van Lijnden vraagt of de overeenkomst wel stiptelijk wordt ten uitvoer gelegd.

Ik antwoord, Mijne Heeren, dat de overeenkomst, over het algemeen, in den regel, met nauwgezetheid wordt ten uitvoer gelegd; maar dat van de zijde van Rijnland bezwaar wordt gevonden in iedere afwijking, in iedere uitzondering, — en dat is aan Rijnland niet zoo kwalijk te nemen. Telkens worden klachten aangeheven; maar het trachten van de Commissie is de overeenkomst zooveel mogelijk na te komen. Ik heb mij daarvan verzekerd, bij gelegenheid van nieuwe bezwaren, die bij den naderenden wintertijd, bij monde van eene Commissie uit Rijnland, bij mij zijn ingebracht en die mij aanleiding gegeven hebben om de Commissie te onderhouden. Uit dat onderhoud is mij het verlangen der Commissie gebleken, ook voor het vervolg binnen de grenzen van de overeenkomst te blijven, zooverre eenigszins mogelijk is. Ik zeg, zoover eenigszins mogelijk is; en door deze bijvoeging wordt geen inbreuk gemaakt op de overeenkomst, die uitzondering, die afwijking toelaat.

Is af- en overschrijving dooi' (Jen wetgever verboden? Het cijfer voor de onvoorziene uitgaven, volgens den heer van Hall, te groot. Wordt de begrooting door de voorgestelde wijziging eene fictieve? Vrees dat de geheele post voor onvoorziene uitgaven zal worden besteed tot schadeloosstelling aan de gemeente Leiden.

De geachte spreker uit de hoofdstad, Mijnheer de Voorzitter, heeft de bedenkingen, die hij tegen dit wetsontwerp had, zöoals dit laatstelijk is geamendeerd, aangevangen met het beweren, dat de wetgever de overschrijvingen had verboden, en dat men nu dit verbod tracht te ontwijken. Ik moet vragen: waar heeft de wetgever overschrijving

Sluiten