Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heden hier te lande onder het Ministerie van Binnenlandsche Zaken behooren. Nu wensch ik de aandacht der Vergadering hierop te vestigen, dat de kosten der administration centrale, zooals men ze noemt, of de begrooting van de kosten van het departement, bij het ministerie \ an binnenlandsche zaken in België 246,000 frcs. beloopen, en die van het ministère des travaux publics 327,000 a 328,000 frcs., dat is te zaïnen 573,000 of .574,000 frcs., dat is 280,000 a 290,000 gulden; zoodat hierbij, geloof ik, niet onze kostbaarheid, maar onze zuinigheid uitkomt.

In de tweede plaats zijn de kosten van het bestuur der provinciën verminderd. De vermindering bedraagt, vergeleken met 1849, ƒ66,(XX) a ƒ 67,000. Nu heeft de geachte spreker gezegd: „ja, dat is waar, maar die vermindering zal geheel worden weggenomen door de reisen verblijfkosten, welke de wet nog zal moeten regelen." Die regeling zal moeten plaats hebben, maar of zij de geheele soin zal wegnemen, dit geloof en hoop ik niet. Mijne voordracht althans zal niet zoo ingericht zijn, dat die aanzienlijke vermindering van ƒ 66,000 daardoor geheel zal verdwijnen. Maar al ware het zoo, dan zou dit het gevolg zijn van onze provinciale wet, van zoodanige uitlegging van die wet, als waarmede de geachte spreker uit de hoofdstad gisteren een aanvang heeft gemaakt. Zoo die wet medebrengt, dat men de kosten moet berekenen naar den maatstaf van hetgeen voor de leden der Eerste Kamer geldt, zoodat méér dan ƒ 60,000 of ƒ 70,000 wordt gevorderd, dan zal zoodanige uitvoering der nieuwe wet buiten de vergelijking vallen met 1849. Wil men echter de reis- en verblijfkosten laag stellen, er zal dan van de ƒ 66,000 nog eene aanmerkelijke som overschieten.

Ik spreek niet over de nationale militie en schutterijen. De kleine vermindering is het gevolg van de besparing op de traktementen der militie-commissarissen.

De 4,le afdeeling, de medische politie, heeft schijnbaar eene geringe verhooging ondergaan; het is echter geene verhooging, het is slechts verplaatsing. Men herinnert zich. dat ƒ 2 a ƒ 3000 voor het toezicht op de krankzinnigengestichten uitgetrokken, verleden jaar van eene andere afdeeling op deze is overgebracht; zoodat hier inderdaad, noch vermeerdering, noch vermindering plaats vindt.

De ijk der maten en gewichten, de 5de afdeeling, vertoont, ten gevolge van omstandigheden, die in het verslag, en vervolgens in de Memorie van Beantwoording zijn verklaard, eene kleine verhooging, die in het belang van den dienst volstrekt gevorderd werd, uit hoofde van de uitgebreidheid van een der arrondissementen, en ten gevolge van eene benoeming door het vorig bestuur, waaruit de noodzakelijkheid voortvloeide tot aanvulling door eene tweede benoeming.

De kosten der 6'le afdeeling, verdere uitgaven betrekkelijk het binnenlandsch bestuur, zijn verminderd; evenzeer zijn die van onderwijs, kunsten, wetenschappen en armwezen aanzienlijk gedaald. Dat de kosten

Sluiten