Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meester, dat uit het cijfer van vier tonnen gouds door geen departement meer wierd ontleend dan ten bedrage van de besparingen, welke datzelfde departement had bijgebracht. Het kan ook zijn dat de Minister van Financiën den Koning heeft voorgesteld een besluit dat evenwel nooit aan de Rekenkamer is medegedeeld, en dus op de verevening van geen invloed kon zijn. Zeker is het, dat de departementen er zich niet aan stoorden. Men begon wellicht met beloften (lat men niet meer zou vragen dan men tot de som had bijgedragen' maar na den afloop van het jaar bleek het altijd dat men meer noodig had. Men eischte meer en men verkreeg meer; men moest meer verkrijgen, omdat er geen reden was om, zoolang er nog gelden overbleven, een verzoek daartoe te weigeren. In de behoeften toch moest worden voorzien, en derhalve werden alle verzoeken, ook wanneer die boven het bedrag der departemente-besparing liepen, ingewilligd.

■i ,.vraag nu -f 80'000 voor onvoorziene uitgaven, uit welke ƒ80 000 ik alleen zal kunnen voorzien in bepaalde posten bij de wet aange-

iWsT\i >Tai" Wat iS 'n 1845 gebeurd? De onvoorziene uitgaven over hebben voor Binnenlandsche Zaken beloopen ƒ 145,000 a ƒ146 000 Wanneer ik niet treden wil in bijzonderheden, en ik geloof mi'i dit te moeten voorbehouden, omdat de orde het schijnt te vorderen vermeen ik genoeg gezegd te hebben van het cijfer in de tweeledige vergelijking met de begrootingen van 1845 en 1840. Ik ben kort en eenvoudig geweest, en heb er nog slechts deze opmerking bij te voe-en De geachte spreker uit de hoofdstad heeft gezegd, en naar mline overtuiging zeer terecht, dat een goed huishoudkundige, en ieder minister moet dit in zekere mate zijn, steeds als een gulden regel de spreuk moet beschouwen: „vele kleintjes maken een groote.» Ik meen dat die regel betracht is bij het opmaken van deze begrootine • blijkbaar vooral, wanneer men deze begrooting vergelijkt met begrootten van vroeger en dat, wanneer § 4 van de memorie van beantwoording op het verslag van de afdeelingen dezer Kamer, getracht heeft het denkbeeld tegen te gaan, alsof nog groote bezuinigingen op eens mogelijk waren, het nooit de bedoeling geweest is en nooit de bedoelin°van dit Gouvernement zijn zal, niet verder te bezuinigen. In dit opzicht mag ik mij zeiven de getuigenis geven, dat ik' het bekende spreekwoord heb toegepast en steeds zal toepassen, ieder gulden tweemaal om te keeren alvorens dien op de begrooting te brengen.

!>e heer van Hall komt terug. In hoeverre zijn üe werkelijke uitgaven van vroegere jaren rnet eene begrooting te vergelijken? Niet alleen oi, de dilbrs maar ook op de veranderde behoeften valt te letten.

Om misverstand te voorkomen, moet ik nog een enkel woord op- . nemen van hetgeen door den geachten spreker uit de hoofdstad (den heer van Hall) is gezegd. In de eerste plaats heeft die geachte spreker

Sluiten