Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzakelijk moet verschillen, zoodat, wanneer ecne zekere toepassing door den geachten spreker tegen mij wordt gekeerd als een verwijt, omdat hij de beginselen van onze wetgeving anders opvat, het verwijt wellicht nog alleen uit dat verschil van begrip, over de beginselen, zijn oorsprong zou kunnen ontleenen, zonder eenigen wezenlijken wettigen grond te hebben.

De geachte spreker heeft op de toepassing gewezen, en ik zal over de gevallen, welke de geachte spreker heeft opgesomd, aanstonds elk afzonderlijk spreken. Hij heeft gezegd, dat uit die verschillende handelingen van toepassing bleek dat het besef van hetgeen de gewijzigde Grondwet eigenlijk wil, nog niet was doorgedrongen bij de Regeering.

wil van die uitdrukking, Mijne Heeren, nu niets anders zeggen, dan dat ik mijne politische opvoeding niet eerst onder deze Grondwet heb genoten; maar ik geloof het eigenlijk te mogen omkeeren, ik geloof te mogen zeggen, dat ik tot de opvoeding van de Grondwet iets heb bijgedragen, zoodat het besef althans van hetgeen de Grondwet wil, mij met eenige reden van waarschijnlijkheid zou kunnen worden toegeschreven. Wat mij slechts zou kunnen ontbreken, ware dan de wil om de Grondwet op te volgen. Die wil zou dan moeten blijken uit de bedoelde gevallen van toepassing.

Als zoodanige verkeerde toepassing, als cene verkeerde, eene ongrondwettige inmenging in de provinciale belangen, heeft de geachte spreker bijgebracht dat het Gouvernement bezwaar vond op de provinciale begrooting ecne uitgave als subsidie aan eene rijksinstelling toe te laten. Mijne Heeren, dit is gebeurd; en ik denk ook voor het vervolg zoodanig subsidie niet toe te laten op eenige provinciale en huishoudelijke begrooting, omdat ik meen dat zoodanige toelating vierkant strijdig is met de Grondwet.

De Grondwet trekt, evenals de provinciale wet, eene scherpe lijn tussehen die uitgaven van Rijksbestuur, die op de Rijksbegroting behooren, en de uitgaven van enkel provinciaal en huishoudelijk belang. Die scherpe lijn, die strenge afperking mag soms lastig zijn, maar de Grondwet en de provinciale wet verbieden de vermenen" van die uitgaven.

Ecne Rijksinstelling mag niet, ten deele uit provinciale en ten deele uit Rijksfondsen worden onderhouden. De Grondwet heeft, door dit te verbieden, zoo menig misbruik, dat vroeger plaats vond, getracht te voorkomen. Nu geldt het hier juist zulk eene vermenging van uitgaven.

Op de provinciale en huishoudelijke begrooting van Utrecht hadden de Staten dier provincie uitgetrokken een post van ƒ 5000 voor de akademie. In 1845 had er eene onderhandeling plaats gehad tussehen liet Gouvernement en het bestuur der Utrechtsche akademie. Het Gouvernement was toen wellicht niet ongenegen tot opheffing van die akademie, en beweerde in allen gevalle, dat men al de kosten daarvoor met meer op de begrooting kon uittrekken. Toen zijn de Pro-

Sluiten