Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de meeste provinciën en in twee provinciën met vijf honderd gulden verhooge.

Men heeft zich niet tevreden getoond met hetgeen in de memorie van beantwoording is in het midden gebracht, betrekkelijk de vergelijking van de betrekking van lid der Gedeputeerde Staten met die van wethouder cn met die van rechter. Men heeft gezegd: „een rechter wordt benoemd voor zijn leven". Ik heb daarop reeds geantwoord, ik heb reeds gezegd dat iemand niet kan wezen lid van Gedeputeerde Staten, die aan eene andere betrekking de voorkeur geeft, cn kans heeft om die te erlangen; wanneer men dat wil, dan moet men het traktement op drie vier duizend gulden stellen.

Nog een woord over de vergelijking met de wethouders. De betrekking van wethouder, Mijne Heeren, is doorgaans werkzamer dan die van lid van Gedeputeerde Staten, de betrekking van wethouder brengt dagelijksche gestadige verrichting mede. Laat ons niet overdrijven hetgeen van de Gedeputeerde Staten mag worden verwacht. Hoe is het tot dusverre gegaan met die colleges, en hoe zal het verder gaan ? In een college van zes leden, zooals dit in de meeste provinciën zal bestaan, zal een lid of een paar leden voornamelijk met het werk belast blijven; de overige zullen de zittingen van het college bijwonen, maar zich niet overmatig vermoeien. Tot dusver zat men veelal éénmaal of twee malen 's weeks, en werden de rapporten voor een groot deel door ambtenaren ter griffie gesteld. Ik hoop dat dit zal veranderen ; dat de leden van Gedeputeerde Staten meer zei ven zullen werken en zich meer zullen belasten met het opstellen der rapporten; maar mag men zich voorstellen, dat die zes leden allen zoo druk bezig zullen worden gehouden als de geachte auteur van het amendement het heeft doen voorkomen? Mag men aannemen, dat de trant van werken der Gedeputeerde Staten in het vervolg op eens door de nieuwe instelling zoo geheel en al zal worden veranderd? Ik geloof dus, dat, in aanmerking genomen de personen, die men als de verkiesbaren, met hun eigen wil en hun eigen verlangen, tot het lidmaatschap van Gedeputeerde Staten mag beschouwen, in aanmerking genomen de klasse waartoe die personen zullen behooren, en den aard hunner werkzaamheden, de voorgestelde som als eene ruime schadeloosstelling mag worden aangemerkt en voldoende is, en dat men met iets meer te geven, niets meer bereiken zal, en vooral niet dat de kring der verkiesbaren er door zal worden uitgebreid.

Men heeft nog gezegd, en ook dit schijnt mij toe zeer overdreven, dat, wanneer men van de traktementen der Gedeputeerde Staten een gedeelte afnam, men niemand meer zou vinden buiten de hoofdplaatsen der provinciën, die lid van die colleges zou willen zijn. Buiten de hoofdplaats van de provincie, Mijne Heeren! Ik vraag of in den regel, tot dusver, de leden van Gedeputeerde Staten verkozen werden buiten de hoofdplaats? Doorgaans werden zij gekozen die in de

Sluiten