Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik meen deze redenen aan de overweging der Kamer te mogen aanbevelen; aan de eene zijde de bezuiniging; aan de andere zijde, en daarin ligt inzonderheid de reden van beslissing: zal het belang van den dienst eenigermate door eene hoogere som worden bevorderd? Zoo ja, dan moet niet alleen de tegenwoordige bezoldiging worden behouden, maar dan moet men niet bij de geringe som van ƒ 300 of ƒ 500 méér blijven staan, inaar zal het cijfer der verhooging veel aanzienlijker behooren te worden.

Volgens den heer Mackay werd de regeering bij aanneming van zijn amendement niet gedwongen de verhoogingen te verleenen.

Ik moet een enkel woord antwoorden op hetgeen is gezegd door den geachten voorsteller van het amendement, die in zijne laatste rede zich heeft verklaard tegen het vermoeden, alsof hij geweld zou willen doen aan de Kroon. Hij heeft gezegd dat de Kroon vrij blijft. Niet gaarne zou ik de voorschriften van de Grondwet zien vernederen tot eene loutere spreekwijze. Ja, de Kroon zal, ook wanneer deze Kamer mocht goedvinden het amendement aan te nemen, de traktementen der Gedeputeerde Staten kunnen stellen op de hoogte waarop die nu zijn voorgedragen. Zij zal vrij blijven. Maar ik vraag of iemand van den Minister verwacht, dat hij zoodanig voorstel aan den Koning zal doen? Ik geloof dat niemand dit verwacht, en dat de Minister die, ondanks de aanneming van zoodanig amendement, in zijne meening volhardde, eene groote teleurstelling aan de leden dezer Kamer en ook buiten deze Kamer zou bereiden.

Het uitwerksel der aanneming van het amendement zal zijn, dat de bezoldiging der Gedeputeerde Staten zal blijven op de hoogte waarop die nu is; want ik verklaar gaarne, dat ik aan den Koning zal voorstellen, ingeval het amendement mocht worden aangenomen, die geringe verhooging aan de leden van Gedeputeerde Staten toe te leggen. Gering, zoo het mij voorkomt, vergeleken met het belang van ieder lid; niet gering echter, wanneer men let op het algemeene cijfer in het belang der schatkist. En hierop meen ik ten slotte nog de aandacht van de Kamer inzonderheid te moeten vestigen, dat de gronden, die worden bijgebracht om deze bezoldigingen met eenige honderden gulden te verhoogen, moeten leiden om tot eene verdere verhooging te besluiten.

Het amendement van den lieer van der Heijde wordt met 40 tegen 23, dat van den lieer Mackay met 3-2 tegen '20 stemmen verworpen.

Medische politie. Art. 18. Klagend dat de minister bij de algemeene beschouwingen niet alle leden een antwoord waardig scheen te keuren, teekent de heer van Voorst ertegen protest aan, dat het rapport der geneeskundige staatscommissie slechts gedeeltelijk werd publiek gemaakt.

Sluiten