Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou die commissie zijn mijn adviseur en mijne hulp; zoo er aanmerkingen op die ontwerpen werden gemaakt, aan haar adres zou ik die aanmerkingen hebben gezonden, en ik heb mij verbeeld, dat de commissie bij zoodanige behandeling der zaak, op die wijze, meer dan wanneer haar werk reeds ware gedrukt, vrij zou zijn om die verbeteringen op te nemen, die haar zelve noodig voorkwamen, en meer in staat zou wezen om met volkomen onpartijdigheid haar oordeel over de gevallen aanmerkingen aan den Minister kenbaar te maken.

Ik heb dus gemeend in zoover de commissie te moeten aanhouden ook nadat de voorstellen van wet aan de Vertegenwoordiging zouden zijn gedaan; en nu wilde ik zorgen dat haar werk niet die onherroepelijkheid zou bekomen, die, ten aanzien van den auteur, licht het gevolg is van openbaarmaking. Is het stuk eens gedrukt, dan zou de betrekking tusschen de commissie en het Gouvernement veranderen. Ik heb juist gemeend, dat de meeste partij van dit stuk kon worden getrokken, indien het niet openbaar werd gemaakt, dan nadat het voorstel van wet aan deze Vergadering zou zijn aangeboden.

\\ aterstaat. Art. 28. Kosten van de inspecteurs, hoofdingenieurs, ingenieurs enz. De heer Mackay verlangde eene Staatscommissie voor liet ontwerpen eener wetgeving op den waterstaat. Die wet was dringend noodzakelijk, zeide hij, om kracht van uitvoering aan de reglementen voor de waterschappen te verzekeren, eene kracht die de provinciale staten onmachtig waren te schenken. Wel konden deze nieuwe reglementen samenstellen, maar niet met coërcitieve kracht. Aansluiting van den Rijnspoorweg aan de Duitsche spoorweglinie. Kosten van het personeel vergeleken met deze kosten op het budget voor 1845 en dat voor 4849 uitgetrokken.

Ik geloof, dat door de Vergadering zal worden goedgevonden, indien ik op de bedenkingen, ten aanzien van de werken die begrepen zijn in art. 35, niet antwoord, dan nadat dit artikel aan de orde zal zijn gekomen.

Wanneer ik dus voor dit oogenblik dat punt ter zijde stel, blijft mij over een enkel woord te zeggen over hetgeen door een geacht spreker uit de residentie, afgevaardigde uit Arnhem, en een geacht spreker, afgevaardigde uit Rotterdam, is geopperd.

De eerste, de heer Mackay, heeft in bedenking gegeven het benoemen eener commissie, ten einde daardoor het zóó belangrijke en noodige werk van wetgeving voor den waterstaat te bevorderen.

Ik ducht de benoeming en het werk van commissiën niet; ik ben geheel van het gevoelen van den geachten spreker, afgevaardigde uit Gorkum, dat de meer of minder heilzame werking van eene commissie afhangt en van de keuze der personen en vooral ook van de instructie die de commissie ontvangt. Het is ook mij tot dusverre onmogelijk voorgekomen tot eene voldoende samenstelling van zoo-

Sluiten