Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetgeen in den toelichtenden staat is gedrukt. Ik meen dus, dat de stelling ongegrond is, dat indien het artikel na die verklaring werd aangenomen, dit hetzelfde zou zijn, alsof de som geheel te mijner vrije beschikking wierd overgelaten, alsof er geen uitgewerkte staat, alsof er geene gronden voor de bestemming van die som waren medegedeeld, alsof alles in de willekeur van den Minister stond.

Zullen alle Overbetuwsche dijken worden opgehoogd?

Ik kan met een enkel woord de misvatting wegnemen, die wellicht aan eene onduidelijke uitdrukking, door mij gebezigd, te wijten is. Ik heb niet gesproken van de Overbetuwsche dijken in het algemeen, maar van ééne lijn dier dijken, die onmiddellijk langs den Rijn loopt naar het Malburgsche veer. Zóó ver is men met de verzwaring dier dijken nog niet gevorderd. Dit gedeelte dijks, wanrop het zou kunnen aankomen, indien de Lijmersche overlaat buiten gebruik werd gesteld, is nog niet verhoogd.

Dat is het eenige wat ik bedoeld heb.

Art. 38. Onderhoud, herstelling en verbetering der werken voor droogmakerijen f 8800.

Mijnheer de Voorzitter! Ik wenschte eenvoudig de volgende mededeeling aan de Kamer te doen. Men heeft over de kosten van de Mijdrechtsche droogmakerij dikwijls gesproken en meermalen en te recht aangedrongen op een verkoop van die gronden. Het is gebleken uit de overgelegde stukken, dat men van de zijde van het Gouvernement alles doet, wat strekken kan, om dien verkoop gemakkelijk te maken. Nu wil ik enkel dit aan de Kamer mededeelen, dat onlangs eene verhuring van die landen heeft plaats gehad, voor één jaar, niet langer, omdat men de hoop koestert binnen kort ze te kunnen verkoopenj en dat die landen verhuurd zijn voor eene som van ƒ 14,690, zoodat tegenwoordig de opbrengst de kosten reeds verre te boven gaat. Hierbij kan ik nog voegen, dat deze prijs bedraagt het dubbel van dien, waarvoor die landen tot dusverre verpacht waren. De landen waren verpacht in 1845 voor 6 jaren, tegen eene jaarlijksche som van ƒ 7000; de tegenwoordige huurprijs bedraagt ƒ 14,000 a ƒ 15,000.

Onderwijs. De heer Groen van Prinsterer treurt dat het onderwijs eenzijdig werd. Op deze afdeeling is, naar het oordeel van den heer Oevers, te /eer bezuinigd. Is de staat geroepen ondersteuning te verleenen voor de oprichting van musea? Wanneer komt dienaangaande eerst Staatshulp te pas? Gebrekkige inrichting van het Staatsexamen. Veeartsenijschool. Leerstoelen tot het doceeren der Katholieke theologie. Geldersehe fondsen ten dienste van het onderwijs.

Kr hebben, Mijnheer de Voorzitter, zeven sprekers het woord gevoerd, hetzij over dit artikel, hetzij over deze afdeeling in haar geheel, hetzij

Sluiten