Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over artikelen die tot geheel andere, tot latere afdeelingen behooren. Onder die zeven sprekers waren er drie, die inzonderheid de belangen van onderwijs en wetenschap in het algemeen hebben aangedrongen. Ik ben die sprekers erkentelijk voor de belangstelling, die zij hebben betoond voor een gebied, waarop ik vroeger met zoo groot genoegen werkzaam was. Het zou mij nog aangenamer zijn geweest, indien zij hadden kunnen goedvinden de woorden, die zij nu tot mij hebben gericht, bij eene andere gelegenheid voor te dragen, wanneer ik hen meer opzettelijk, meer uitvoerig, dan op dit oogenblik, zou hebben kunnen beantwoorden. Indien ik mij dus nu, bij het antwoord, beperk, dnn hoop ik daardoor geen voet te geven aan eene opvatting, die ik gisteren ontmoette, alsof ik in het minste geringschatting te kennen geef, wanneer niet op ieder woord, tot mij gericht, een wederwoord volgt. Mijne Heeren, ik moet zien op den drang van den publieken dienst; wij hebben nog slechts weinige dagen voor het einde van dit jaar en onder die weinige dagen zijn vier feestdagen. Ik moet bedacht zijn dat ook nog aan het andere deel der Vertegenwoordiging, aan de andere Kamer, deze begrooting moet worden aangeboden, en ik moet trachten, zooveel het van mij afhangt, ook dat deel der Vertegenwoordiging ruimte van tijd en vrijheid te laten om deze gewichtige ontwerpen van wet te overwegen. Ik meen dus, dat noch de Vergadering, noch die sprekers het mij ten kwade zullen duiden, wanneer ik mij inzonderheid bepaal bij hunne conclusiën.

De eerste spreker, de hooggeachte spreker uit de residentie, thnns afgevaardigde uit Zwolle, heeft inzonderheid het oog gevestigd op het hooger, op het academisch onderwijs. Ik heb de eer bij dien spreker te lang en te wel bekend te zijn dan dat hij zou kunnen twijfelen of ik het in zoovele punten door hem aangeroerd met hem eens ben; hij moet er van verzekerd zijn, zonder dat ik het zeg.

Die spreker heeft inzonderheid een eenvoudig middel, zoo als hij het noemt, aanbevolen, om aan ons academisch onderwijs eene veerkracht, die nu wordt gemist, te hergeven. Dat eenvoudig middel, hetwelk zou kunnen worden ingevoerd bij een partieelen maatregel, een tusschenmaatregel, alvorens de wet, bij de Grondwet gewild omtrent het onderwijs, bestaat, —die partieele maatregel dat eenvoudig middel, zou gelegen zijn in het verleenen van meerdere vrijheid, in het openen van mededinging.

Te dien aanzien heeft de geachte spreker in de eerste plaats verlangd dat de vrijheid wierd gegeven om nevens de publieke instellingen van academisch onderwijs', andere bijzondere instellingen op te richten. Mijne Heeren, die vrijheid, meen ik, bestaat, en zoolang ik de eer heb aan het hoofd te zijn van dit departement, zal niemand, die tot eene dergelijke oprichting wenscht over te gaan, eenig beletsel in den weg worden gelegd.

In de tweede plaats heeft de geachte spreker gemeend, dat meerdere

Sluiten