Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik moet dit voor eene illusie houden, waaraan men heeft toegegeven: en dit zou men op nieuw doen, wanneer het voorgestelde amendement wierd aangenomen. Mijns inziens, bestaat er, noch aan de zijde des Gouvernements, noch aan die der wetgeving, eene reden om het Instituut, al ware het slechts voor één jaar, in die illusie te versterken.

De heer Groen komt terug.

De geachte voorsteller van het amendement heeft, in een groot gedeelte zijner rede, de discussie op een geheel ander terrein, en de gevoeligheid van het Instituut in verband gebracht met eene zekere behandeling, die het van wege den Minister van Binnenlandsche Zaken zou hebben ondervonden. Ik zal daarover niet twisten; ik geloof, dat eene dergelijke discussie noch in de Kamer past, noch mijner waardig zou zijn Er is door mij geschreven aan het comité van presidenten en secretarissen, en ik geloof, zoo het de vraag gold, wie gematigd is geweest, wie alle vormen in het oog heeft gehouden, zij wierd niet ten nadeele van den Minister van Binnenlandsche Zaken beslist. Maar dit is hier de vraag inderdaad niet.

De geachte spreker heeft ook gewezen op de omstandigheid, dat de Koning het Instituut met ƒ 5000 had begiftigd. Ik geloof, dat de naam des Konings ten onrechte in deze discussie is gemengd; die daad was niet eene Regeerings- maar eene bijzondere handeling, een gevolg der, zoo het mij voorkomt, zeer ongegronde klachten van het Instituut, dat de vrees had geuit, de instelling te moeten opheffen, daar men zijne uitgaven niet wilde inkrimpen, en zich met de op de begrooting toegestane som vergenoegen.

De geachte spreker heeft gezegd, dat ik wel feiten medegedeeld en wederlegd had, maar dat de Kamer, om van de gegrondheid daarvan overtuigd te worden, daaromtrent eene enquête zou behooren in te stellen. Wanneer de Minister hier eene mededeeling van cijfers doet, en een overzicht van uitgaven, volgens de bestaande stukken aanbiedt, dan komt het mijns inziens niet te pas, voor te stellen daarover door de Kamer eene enquête te doen houden. Ik geloof dat men of moet wederleggen of eenvoudig aannemen hetgeen van dien aard wordt medegedeeld.

De geachte voorsteller van het amendement heeft gesproken van een subsidie, voor het doen van wetenschappelijke reizen verstrekt; maar, Mijne Heeren, zulk een subsidie is nimmer verstrekt uit die ƒ11,000, maar uit buitengewone hulp van het Gouvernement voortgevloeid. Het Instituut wendde zich tot het Gouvernement, en vroeg eene ondersteuning voor een verdienstelijk jongmensch, om eene reis te doen; en het Gouvernement verleende den bijstand.

De geachte spreker heeft het doen voorkomen, als of ik het subsidie tot uitgave van boeken wilde inkrimpen; ik wil grenzen, maar heb aangetoond, dat het cijfer te dien behoeve op dezelfde hoogte als in

Sluiten