Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

termijn, die winst de buit zal zijn van enkelen, die het eerst zullen wagen uit te zeilen. Zij hebben zich beroepen op het nadeel, dat voor de haringjagerij uit die vervroeging zou kunnen ontstaan. Zij hebben de meerdere kosten ingeroepen, voor de reeders aan eene vervroegde visscherij verbonden. Ik vraag of die nadeelen, zoo zij al te recht nadoelen mogen worden genoemd, bij den wetgever in overweging mogen komen. De vraag toch was deze: moeten wij niet trachten ons uit den band van de wet van 1818 los te maken? Is het niet op zich zelf redelijk, is het niet verstandig, het beginsel van vrijheid, op zoo menig ander gebied van de nijverheid in het algemeen gehuldigd, ook hier te erkennen ? De Regeering heeft gemeend in dien zin te moeten handelen. Nu zegt de geachte spreker uit Hoorn: de Regeering zelve erkent, dat onbeperkte handelsvrijheid op dit gebied niet mogelijk is. De Regeering heeft dit niet erkend; zij heeft gezegd, dat voor het oogenblik de wet van 1818 niet wel geheel kan worden afgeschaft; dat in den tegenwoordigen toestand geene volle vrijheid kan worden gegeven ten aanzien van het tijdstip van de vangst of van het uitwerpen der netten. Maar de Regeering wenscht, dat de Koning zoodanige ruimte kunne toestaan, als tot niemands nadeel kan strekken. De laatste spreker meende, dat de vraag zich hierin oploste, of de stoomboot en het hospitaalschip op den lsten, of op den 24sten Juni, of op een dag tusschen die twee tijdstippen in, van Regeeringswege beschikbaar zullen worden gesteld. Welnu, stelt men de vraag zoo, dan komt het mij voor, dat de Regeering de hulpmiddelen, die van haar gevraagd en op dit oogenblik nog geëischt kunnen worden, ter beschikking moet stellen op het vroegste tijdstip, waarop het in het belang der nijverheid kan zijn de vangst te beproeven.

Bij de voorbereiding van dit ontwerp heb ik menig onderhoud gehad met onderscheidene reeders. Die reeders hebben onder anderen ook dit bijgebracht, dat de natuur.geen goede visch gaf vóór Sint Jan. Ik heb daarop geantwoord: Welnu, wacht dan tot na Sint Jan; is het zooals gij zegt, dan zullen zij, die de proef vroeger doen, met u niet kunnen dingen. Hierop heb ik geen voldoend antwoord gekregen. De haringvisscherij wordt tot dusver in massa gedreven; onder een zeker toezicht, onder een zeker beleid, en — hiermede geloof ik niet te veel te zeggen — onder de heerschappij van zekeren dwang. Zij, die den dwang uitoefenen, hebben het voordeel daarvan ondervonden, maar zij zien misschien niet zoo scherp als de anderen, die genoopt werden den dwang te ondergaan. Het is hunne bedoeling den dwang te handhaven, zooals hij op dit oogenblik bestaat en vele jaren heeft bestaan; zij vinden het gewaagd daarvan af te wijken. Maar ik wijs vooreerst op het beginsel van vrijheid ten aanzien van de nijverheid, dat regeering en wetgeving behooren te huldigen; ten tweede op de noodzakelijkheid, dat wij in staat blijven om mede te dingen, en ten derde op het belang van den handel, dat niet onderscheiden kan zijn van

Sluiten