Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch niet verder gaan dan het gebied, dan de grens van de gemeente reikt.

Art. 195 is vervolgens een steen des aanstoots geweest voor den geachten spreker. Het bepanlt: „De besluiten der gemeentebesturen tot het instellen, afschaffen of veranderen van jaarmarkten of gewone marktdagen, worden aan de goedkeuring der Gedeputeerde Staten onderworpen". Wel, Mijne Heeren, ik dacht dat de reden dezer bepaling duidelijk was; dat zij blijkbaar geene andere kon zijn dan deze: dat bij jaarmarkten of marktdagen in den regel ook anderen dan ingezetenen van de gemeente belang hebben. Hoe nu door die bepaling de huishoudelijke zelfstandigheid zou kunnen worden benadeeld, of een voorschrift worden gegeven, dat gewraakt wierd door de beginselen van de Grondwet, ik zie het niet in. Ik twijfel ook niet, of de geachte spreker zelf zal bij nader inzien het tegendeel moeten erkennen.

Alle gemeenteverordeningen, heeft de geachte spreker uit Nijmegen gezegd, zijn aan schorsing en vernietiging blootgesteld en het gevolg daarvan is, dat de zelfstandigheid een ijdele klank wordt. Zoo dat een verwijt is tegen het ontwerp van wet, het is een verwijt tegen de Grondwet, want de Grondwet kent aan den Koning, volstrekt en zonder eenige beperking, het recht toe, — ja ik zou meer zeggen, logt aan den Koning den plicht op, om zoodanige verordeningen te schorsen of te vernietigen die met de wet of met het algemeen belang strijdig zijn. Indien daardoor de zelfstandigheid, de bevoegdheid om verordeningen te maken, een ijdele klank wordt, dan gewis heeft de Grondwet die zelfstandigheid niet gewild.

Voorts zijn bedenkingen tegen het ontwerp van wet gemaakt ten aanzien der vereeniging van gemeenten. Vereeniging van gemeenten, heeft de geachte redenaar uit Nijmegen gezegd, kan niet plaats vinden dan met krenking van het eigendomsrecht. Ook dat is een verwijt tegen de Grondwet, want de Grondwet staat dan toch zoowel toe, dat gemeenten worden vereenigd, als dat gemeenten worden gesplitst! De Grondwet wil slechts, dat dit niet gebeure, dan door de wetgevende macht. En wat doet nu het ontwerp? Zou het bedoelen , de wetgevende macht te dwingen om te vereenigen? De gedachte is verre. Het ontwerp van wet doet niet anders dan den weg aanwijzen dien bij de instructie te volgen is, wanneer zoodanige vereeniging of splitsing in discussie zal worden gebracht.

De geachte spreker uit Utrecht, meenende, dat dit ontwerp niet was overeenkomstig de Grondwet, heeft in de eerste plaats gezegd, dat de Grondwet wilde volkomen vrijheid van de gemeentebesturen, zoolang die gemeentebesturen niet treden op het gebied van de wet of van het algemeen belang. Dit kan, geloof ik, in het algemeen worden toegegeven. Maar nu meent de geachte spreker, dat bij dit ontwerp van wet niet is gehandeld overeenkomstig daarmede. Vooreerst leest de geachte redenaar in de Grondwet, dat de inrichting van

Sluiten