Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gemeentebesturen met de tegenwoordige gesteldheid van de gemeenten in overeenstemming moet worden gebracht; een punt, waaraan de geachte redenaar veel schijnt te hechten, want hij is er eenige malen op teruggekomen. Ik antwoord: ja, hetgeen wij vaststellen moet zonder twijfel eene gemeentewet zijn voor Nederlandsche gemeenten. Maar de geachte spreker heeft ook niet aangetoond, dat dit ontwerp van wet in het algemeen voor de Nederlandsche gemeenten niet bruikbaar mocht worden geacht, tenzij als een bewijs voor die stelling mag worden beschouwd, hetgeen de geachte redenaar daarop heeft laten volgen: „Er is", zeide hij, „bij dit ontwerp alleen gezorgd voor groote gemeenten, want dit ontwerp van wet verordent in alle gemeenten burgemeesters en wethouders, die alleen te pas komen in groote gemeenten". Tot dusverre, Mijne Heeren, hebben burgemeesters en wethouders of burgemeesters en assessoren in alle gemeenten, in stedelijke en landelijke gemeenten, bestaan, en ik heb tot nu toe nimmer hooren beweren, dat die inrichting in de plattelandsgemeenten gevaarlijker, verkeerder, onjuister is dan in de groote gemeenten, dan in de steden. Het instellen van burgemeester en wethouders heeft de geachte spreker daarom afgekeurd, omdat bij art. 140 der Grondwet de regeling en het bestuur van de huishouding der gemeente aan den Raad is overgelaten. Derhalve, heeft hij er bijgevoegd, zoo er wethouders kunnen zijn, dan kan alleen de Raad die delegeeren; dan kan de machtiging van wethouders tot het bestuur alleen voortvloeien uit den Raad zeiven. Mijne Heeren, ik zou die stelling durven betwisten. Indien art. 140 der Grondwet zóó moet worden opgevat, dat de wet alle regeling der gemeentelijke huishouding en alle handelingen van dagelijksch bestuur aan den Raad moet overlaten, dan, geloof ik, zou de Raad niet bij machte zijn om een deel van die macht af te staan aan een ander college. De Raad, door de Grondwet zelve geroepen om al die verrichtingen zelf uit te oefenen zou zich die zware en omslachtige taak zonder uitzondering moeten getroosten. Ik geloof evenwel, dat hetgeen de Raad niet zou kunnen doen, door de Grondwet vrijgelaten is aan de wet.

De gemeentebesturen hebben geene vrijheid van werken, heeft de geachte redenaar gezegd; bij de wet is aangenomen het preventief stelsel; er kan geen verordening in werking komen, dan nadat de goedkeuring verkregen is van Gedeputeerde Staten. Dat, waarop de geachte spreker doelt, slaat, volgens de bepalingen van het ontwerp, geenszins op alle verordeningen, maar alleen op die tegen wier overtreding straf is bedreigd; ten aanzien van deze verordeningen, zegt het ontwerp van wet dat zij, na vastgesteld te zijn, voordat zij worden afgekondigd, worden gezonden aan Gedeputeerde Staten en dat Gedeputeerde Staten bericht moeten geven van de ontvangst binnen veertien dagen. Na die veertien dagen worden die verordeningen afgekondigd, tenzij, voor den afloop van die veertien dagen, het gemeentebestuur

Sluiten