Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noch de Vroedschappen kunnen terugerlangen, althans die vrijheid gewenscht, die bij die wet aan de Pruisische steden was verzekerd. De geachte spreker heeft zich wel herinnerd die Stiidten-Ordnung, maar zich niet herinnerd, geloof ik, wat daarover is voorgevallen. Ik' vrees dat de geachte spreker niet heeft ingezien — en die inzage is ook niet verblijdend — die groote verzameling van ministerieele Verfügungen en Rescripten, die het licht gezien hebben ten gevolge van die StiidtenOrdnung van 1808. De geachte spreker heeft zich ook niet herinnerd, dat die Stiidten-Ordnung van 1808 herzien is in 1831, ten gevolge van het dringend verlangen van al de provinciën van het koninkrijk Pruisen, en dat die herziening van 1831 grootendeels dat heeft doen verdwijnen uit de Stiidten-Ordnung van 1808, hetgeen de geachte spreker ons als navolgenswaardig heeft aanbevolen.

De geachte spreker heeft — ik had de eer het zoo even te zeggen — de discussie overgebracht op het terrein van de algemeene beginselen. Hij heeft gezegd, dat gemeenten zijn, in de eersteplaats, een zelfstandig geheel, in de tweede plaats, een onderdeel van den Staat. Ik nader tot den geachten spreker, en ik geef hem de hand, indien hij mij vergunt de orde om te keeren en te zeggen: de gemeente is in de eerste plaats onderdeel van den Staat, vervolgens een zelfstandig geheel, een zelfstandig lichaam in den Staat; vergunt hij mij dit, dan wil ik alles toegeven hetgeen de geachte spreker ten aanzien van de zelfstandigheid verlangt. Ik zal tot ondersteuning van mijne orde zeggen ,/Tlat het behouden van de gemeente als eerste gronddeel van den Staat,"in de eerste plaats en bovenal in het belang is van den Staat zeiven, meer dan van de inwoners van die gemeente. De Staat heeft er het hoogste belang bij dat de gemeenten blijven, dat de gemeenten overleven het tegenwoordig geslacht; de Staat heeft er het hoogste belang bij dat de gemeenten als blijvende lichamen in den Staat worden in stand gehouden^ en dat de belangen van de gemeenten, ten aanzien van het vermogen en ten aanzien van de Regeering, worden beschermd tegen de dwalingen van de tegenwoordige besturen persoonlijk. De gemeente is dan, in mijne orde, in de eerste plaats onderdeel, gronddeel van den Staat, en nu moet ik aan den geachten spreker vergunning vragen eene schrede terug te doen. De gemeente is gronddeel van den Staat, maar niet, mijns inziens, zoo als hij gezegd heeft, gelijkstaande met de familie. Familie, gezin, huisgezin is niet een gronddeel van den Staat, dat is een privaatrechtelijk bestaan, maar de gemeente is in de eerste plaats publiek gronddeel van den Staat. Wat derhalve op de gemeente toepasselijk is, wat op de gemeente toepasselijk moet zijn, van wege het innig verband tusschen den Staat in zijn geheel en zijne gronddeelen, kan niet toepasselijk zijn op de familie, noch omgekeerd moet hetgeen toepasselijk is en toepasselijk behoort te zijn op de familie, overgebracht worden op de betrekking tusschen de gemeente en den Staat.

Sluiten