Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan heb ik gemeend daarmede te kennen te geven den natuurlijken grond van de algemeenheid van een regel. Wanneer eene wet of een regel in een anderen vorm zal werken voor al de deelen van den Staat, waarop rust dan die gelijkheid van regel? Zij rust op de onderstelling, dat al die deelen van den Staat gelijk zijn in aard en behoeften, en dat de meest natuurlijke weg is die deelen te besturen volgens één regel. Eerst daar waar verschil van aard of behoefte plaats heeft, komt het leven volgens een anderen regel dan dien algemeenen te pas. Nu begrijp ik niet, hoe de geachte spreker wil hebben, dat anders in deze wet zal te werk gegaan worden dan is geschied. De bijzondere, de individueele behoeften van iedere gemeente zullen worden gevoeld door de gemeentebesturen; het gemeentebestuur zal die kennen* zal in den aard van die bijzondere behoeften doordringen, en dien ten gevolge verordeningen of maatregelen nemen. Zal nu de wet het omgekeerde doen van hetgeen zij heeft gedaan? Zal de wet beginnen met overal verschil te onderstellen, en zich dan onthouden van het stellen van algemeene regels, totdat gebleken is, dat er geen verschil bestaat? Zoo gij dit in de wet doet, dan volgt gij in de wetgeving den omgekeerden weg, die door de natuur in ieder organisme wordt gevolgd. De natuur vestigt eerst de regels waaraan de leden van het geheel, allen gelijkelijk, worden onderworpen en de bijzondere formatie van ieder bijzonder lid brengt vervolgens, in de tweede plaats, andere wetten, andere regels mede. Ik meen, dat men zoo ook hier de wet moet schoeien op hetgeen algemeen is in de gemeenten, op hetgeen tot zekere hoogte overal gelijk is, overlatende aan de bepalingen,"aan het initiatief van de gemeentebesturen, om te voorzien in die behoeften, welke niet ten gevolge van algemeene regels zouden kunnen worden vervuld, maar waarin door bijzondere, door individueele regels zal worden voorzien. Dit is, wat volgens de Grondwet behoort tot de huishouding, tot de individualiteit van de gemeente, en aan de provincie en aan het Rijk niet raakt. Dit is als het ware de open plaats, waarop het ontwerp van wet de gemeentebesturen overlaat zelfstandig op te bouwen. °

Het is dus juist, dat het wetsontwerp het omgekeerde bedoelt van hetgeen de geachte spreker wil; maar hetgeen de geachte spreker wil, schijnt mij onmogelijk; schijnt mij inderdaad met de wet van iedere organisatie te eenen male in strijd.

De geachte spreker, die mij dikwerf verrast, heeft mij ook verrast door een gezegde in den loop zijner rede geuit, dat als het ware eene voorspelling was, maar niet eene voorspelling van geluk. Hij heeft mij herinnerd, waarop in 1849 het ontwerp regelende het recht van vereemging en vergadering, schipbreuk heeft geleden. Het heeft schipbreuk geleden, zeide hij, daarop, dat die wet aan het Gouvernement het recht tot schorsing toekende. Ik herinner mij de geschiedenis van de discussiën over dat wetsontwerp zoo nauwkeurig niet. Maar ik neem

Sluiten