Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel over het hoofd gezien, dat zeer dikwijle splitsing of vereeniging in het belang kan zijn van de gemeenten en door de gemeenten zelve zou kunnen worden begeerd. Zal vereeniging ook dan krenking van eigendomsrecht zijn?

Ik kom tot den geachten spreker, dien wij in de laatste plaats hebben gehoord. De geachte afgevaardigde uit Zwolle heeft in zijne tegenspraak tegen den geachten afgevaardigde uit Dordrecht opnieuw het woord aangedrongen, dat ik ook gisteren heb gehoord, de uitdrukking namelijk, dat dit ontwerp zich zoude kenmerken door „systematieke centralisatie"! Gesteld dat centralisatie een verwijt is tegen het wetsontwerp, dan zal het verwijt door de bijvoeging systematiek worden getemperd. Ik meen toch, dat de geachte spreker liever eene systematische dan eene nietsystematische centralisatie zal willen, en in zooverre wil ik het bijgevoegde woord zeer gaarne als eene halve vergoeding van het tegen mij gerichte verwijt beschouwen.

In de tweede plaats heeft de geachte spreker gezegd, dat ik hem verrast had, toen ik zeide, dat mij het verschil tusschen politieke en administratieve centralisatie te eenen male onbekend was. Mijne Heeren, ik beweer niet, dat mij dat verschil bekend is; maar hetgeen de geachte spreker mij toeschrijft heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat mij de zin, dien de geachte spreker en de geachte redenaar uit Utrecht aan die woorden hechten, onbekend was. Die bedoeling, het onderscheid, dat zij tusschen gouvernementeele en administratieve centralisatie vinden, is door hetgeen de geachte spreker, dien ik beantwoord , thans heeft gezegd, niet duidelijker geworden. Die geachte spreker zegt: politieke centralisatie is die regeering die met het algemeen belang te doen heeft, en hij geeft tot voorbeeld Justitie en Oorlog; maar waarom het denkbeeld van administratie aan Oorlog en Justitie \ aan Oorlog inzonderheid, onthouden wordt en die takken als meer gouvernementeel, als meer politisch worden aangemerkt dan regeling van provinciale en gemeentebesturen, dit is hetgeen ik niet. vat. Ik ineen, dat zoo men gouvernementeele en administratieve centralisatie wil onderscheiden, dit ontwerp wel merken der eerste, maar geenszins der laatste draagt; want de administratie is overgelaten aan de gemeentebesturen.

Nu heeft de geachte spreker, en dit is eene tweede tempering van zijn verwijt, gezegd: er is centralisatie, maar gij kunt niet anders; gij moest in centralisatie vervallen, ten gevolge van de beginselen, die gij koestert en die gij vooropzet. Wanneer het niet anders kan,' Mijne Heeren, dan is het verwijt, tegen deze wet gericht, zwak en de zaak verschoonbaar. De geachte spreker heeft er bijgevoegd: het gemeentekarakter van vroeger is vernietigd, en dat karakter moest door de gemeentewet worden hersteld. Ik geloof, dat de geachte spreker elk gouvernement, elke wetgeving onmachtig zal moeten verklaren, om een gemeentekarakter te herstellen, dat inderdaad verloren ware gegaan.

Sluiten