Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene goede en zorgvolle behandeling der gemeentezaken; en die zal in den regel beter door een matig, dan door een groot aantal leden verzekerd zijn.

De heer Groen bestrijdt 's ministers voorspelling omtrent den invloed, welke eene afzonderlijke vertegenwoordiging van de buurtschappen in den raad zoude hebben.

Het onderwerp door den geachten spreker behandeld is een punt van discussie, zonder voorstel van amendement. Twee woorden evenwel. De geachte spreker meent, dat hetgeen ik gezegd heb, ten aanzien van de afvaardiging van een afzonderlijken vertegenwoordiger in den Raad voor bijzondere buurtschappen, kon worden vergeleken met de afvaardiging van de leden dezer Kamer uit de onderscheiden districten van het land. De vergelijking zou juist zijn, zoo men deze Kamer moest beschouwen als eene vergadering van vertegenwoordigers van die districten, en wanneer men uit die districten een lid moest kiezen. Maar noch het een, noch het ander is waar; en zij, die willen, dat er een afzonderlijke vertegenwoordiger van elke buurtschap in den Raad zij, zullen toch öf het een, of het ander, of beide moeten verlangen.

De geachte spreker heeft mij tegengeworpen, dat, wanneer mijne redeneering doorging, alsdan iedere minderheid uit eene vergadering zoude moeten worden verbannen. Ik meen niet dat mijn betoog strekte om de minderheid te verbannen, maar ik meen, dat, wanneer één vertegenwoordiger, in eene dergelijke vergadering zit, opzettelijk en afzonderlijk gezonden om de belangen van een gedeelte van het geheel voor te staan, hij op de geheele vergadering wel eens minder invloed zou kunnen uitoefenen dan een onpartijdig beoordeelaar van de belangen van die bijzondere afdeeling, in verband met die van het geheel. Misschien zou men den toestand van dien bijzonderen vertegenwoordiger kunnen vergelijken met dien van een expert in eene vertegenwoordigende vergadering, van een zaakkundige in een bepaald vak, die, lid van dergelijke vergadering, zijne meening telkens aan zijne medeleden zou willen opdringen. Het gevoelen van zoo iemand zou op die wijze wel eens minder ingang bij de vergadering kunnen vinden, dan wanneer diezelfde expert van buiten, misschien door anderen ondersteund, zijne kennis in de vergadering liet doorschijnen, en de zaak aan eene onpartijdige beraadslaging wierd overgelaten.

Het amendement van den heer v. Akerlaken wordt met 50 tegen 13 stemmen verworpen; dat van den heer Smit met 43 tegen 20 stemmen aangenomen.

Art. 5. Plaatselijke eensus. Is die volgens de grondwet, gelijk het ontwerp aannam, de helft der belastingsom voor de kiezers van «Ie leden der Staten-Generaal en der IVov. Staten bepaald? Vergel. 1K49/50 blz. 08.

Sluiten