Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is volkomen dezefde. Nu evenwel als een afzonderlijk artikel instem mmg zal worden gebracht, hetgeen de Vergadering als een deel van art. 5 niet heeft gewild meen ik ri«t t, + ••

is te verklaren dnti„ &t het van miJne zijde eerlijk

isi te verklaren, dat, in mijn oog, het systeem van art. 5 en dat van

dit amendement met elkander onbestaanbaar zijn. Men zal door hS

aannemen van deze wijziging met eene achterdeur weder in de wet

brengen datgeen, waarvoor men de voordeur heeft gesloten Buiten

'ïen, de hulp zou gering zijn, want het getal van die gemeenten

waar men door verlaging van den census tot f 10 het getal van 25

-lezers zal bereiken, zal, naar ik vermoede, niet van groote beteekenis

wezen bij vergelijking met het getal van die gemeenten welke toch

buiten de wet zullen vallen. Het effect, dat !e weldadigevoort "er

beoogt, zal toch met worden bereikt. voorsieuer

stembriefjes. Meeleden!»,! do!" b"'!'''. "Ir af'leellngen voor ,le '"levering der

Staten krachtens TZ ÏÏve De h^An "TT"* ™

wenschte deze bepaling uit het artikel te lij" ' a"S V°°r Cential,Sat,e'

Ik begrijp volkomen, Mijnheer de Voorzitter, dat voor wèl bestuurde

g meenten het toezicht van Gedeputeerde Staten soms lastig kan

worden inzonderheid, zoo men zich heeft kunnen voorstellen dat dat

toezicht met voortkwam van het college, maar uit de bureaus zonde

onmiddellijke deelneming van de Gedeputeerden. In dit laatste nu is

meen ik, voorzien door de provinciale wet, waarbij gezorgd is Zl

hetgeen van Gedeputeerde Staten heet voort te komi* ook welhfk

een onderwerp van beraadslaging in dat college heeft uitgemaakt Ik

wH niet ontkennen, dat de Gedeputeerde Staten soms teveTkunnen

zijn gegaan. Hunne te groote bemoeizucht kan het gevolg geweest zijn van Weren v„ individu,,f ^ ^

Koning,, „( v.„ in het enllege v,n Ocdep,,teerde Stoten «elf

gephit ta 'Xê ?, "rC"UX ,i,n h"1 P'»'incialc gouvernement

Stoten veel hTl p ° T' ,k ""k™"™. ««deputeerde

Staten te veel hebben gezorgd; want indien dat waar ware in het

algemeen, dan zou men, naar ik meen, zooveel verwarring in de houding van zoo vele gemeenten in ons Land niet aantreffen Dat punt daar gelaten, moet ik ontkennen, dat de in het artikel voorkomende bepaling, die, volgens het amendement, uit de wet zou

ge ic t worden, tot eene dergelijke voor den publieken dienst nadeeli^e bemoeizucht aanleiding zou kunnen geven naaeeiige

Ik zal vooreerst het voorschrift der Grondwet herinneren, vervat in

, waar gezegd wordt, dat de verordeningen, die de Raad maakt

aan de Provinciale Staten zullen worden medegedeeld. Dat de vero

denmg waarvan hler spmke ^ ^ ^ ^ ^ £or

Staten moet worden medegedeeld, zal niet licht worden betwist. De ron wet ice t in dat artikel een algemeen beginsel gesteld. Hoe is

Sluiten