Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorgaande Reglement, aan welks samenstelling ik de eer heb gehad deel te nemen.

Ik meen dus dat, in zooverre, mij dat beginsel niet vreemd kan zijn; en nu ben ik van oordeel, dat daaruit niet mag worden afgeleid hetgeen de geachte spreker, afgevaardigde uit Zwolle (de heer Groen van Prinsterer) zoo even gezegd heeft, namelijk dat het niet wel in de meening van het Reglement van Orde kon liggen, het recht van den spreker zóóver te beperken, dat het aan den voorsteller van een amendement niet geoorloofd zou zijn daarover meer dan twee maal het woord te voeren.

De meening, zoo van dit Reglement, als van het vorige, is, dunkt mij, deze: dat, wanneer de voorsteller twee maal het woord heeft gevraagd, de Vergadering moet besluiten of de zaak genoegzaam is toegelicht. Wordt dus voor de derde maal het woord gevraagd, dan wordt het aan het oordeel van de Vergadering overgelaten te bepalen of het woord al dan niet zal worden verleend. Nu herinner ik mij geen voorbeeld dat de Vergadering, in zoodanig geval geraadpleegd, het woord aan iemand heeft geweigerd, en ik hoop dat zij het ook nu niet zal doen. Ik hoop dat zij aan den geachten voorsteller van het amendement zal toestaan mij te antwoorden en, hetzij mij te overtuigen, hetzij mij de gelegenheid te geven dat, wat mij in het voorstel van den geachten spreker minder juist voorkomt, te rechtte brengen.

Art. 7 (vervolg). Eene transitoire bepaling kon, naar do meening van den lieer van Heiden Reinestein, zorg «hagen dat ook de nieuw benoemde leilen zouden deelnemen aan liet opmaken der begrooting.

De geachte spreker heeft zich niet juist voorgesteld wat ik als hoofdreden heb aangevoerd. Het is mogelijk dat ik mij zeer onvolkomen heb uitgedrukt ten aanzien van hetgeen, in mijn zin, als hoofdreden tegen het voorgestelde amendement pleit. De geachte spreker is van meening, dat tot gemoetkoming aan het door mij geopperde bezwaar, het maken eener transitoire bepaling voldoende zou zijn; maar dit is zoo niet. Hetzelfde bezwaar waarop ik gewezen heb, zou telken jare wederkeeren. Wanneer de verkiezing zal plaats hebben op het tijdstip, waarop de geachte spreker die stellen wil, dan zal de begrooting telken jare reeds zijn vastgesteld, ook door die leden van den Raad, welke de kiezers wellicht door anderen zouden hebben doen vervangen, indien zij vroeger hadden kunnen kiezen. De begrooting voor het volgende jaar, waarin men verbeteringen wenschte gebracht te zien, zal dus tegen den zin van de kiezers zijn ingericht. Dit bezwaar is niet te verhelpen door eene transitoire bepaling; dat euvel is vast aan het stelsel van den geachten spreker.

Het amendement van den heer van Heiden Reinestein wordt met 50 tegen 14 stemmen verworpen.

Sluiten