Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dergelijke waardeering van locale omstandigheden, laat ik de beslissing gaarne aan het oordeel van de Kamer over.

Daar de heer v. Hall van oordeel is dat het contract zelf moet worden verboden , terwijl, volgens hem, door de levering te verbieden alleen het gevolg van het contract belet wordt, wenscht hij, dat den raadsleden ontzegd worde, „de deelname aan onderhandsche verpachting, de deelname aan het sluiten van onderhandsche koopen of verkoopen, en het deelnemen aan onderhandsche aanbestedingen ten behoeve der gemeente". Spreekt men alleen van levering, zoo zegt hij, dan kan het koopcontract door een lid van den Raad worden gesloten mits deze maar de levering door een ander doe geschieden.

Ik neem de vrijheid den geachten redenaar uit de hoofdstad vooreerst te doen opmerken, dat van koop en verkoop in dit artikel geen spraak is; dat in de 3de alinea gesproken wordt van deelnemen aan het pachten van de goederen of inkomsten der gemeente, of aan leveringen of aannemingen ten behoeve der gemeente. In de tweede plaats is het mij voorgekomen, dat, wanneer men spreekt van pachten, van leveren of van aannemen, daaronder verstaan kan worden het contract van pacht, van levering, van aanneming. Ik geloof dat het niet noodig is het woord contract te bezigen, en dat de uitdrukking, gelijk zij nu staat, geen aanleiding zou kunnen geven tot verkeerden uitleg. De geachte voorsteller zou echter, meen ik, eene verbetering kunnen aanbrengen , door te stellen aanneming in plaats van aanbesteding.

De heer Storm van's-Gravezande verlangde, „aan leveringen of aannemingen ten behoeve der gemeente" te doen vervangen door: „aan leveringen van voorwerpen of aan werken ten behoeve der gemeente, ten ware die in het openbaar zijn aanbesteed".

Ik moet altoos zooveel ik kan, zorgen voor eene juiste redactie van de wet, ook in die gevallen, waarin de wet niet juist in mijn geest mocht worden geamendeerd. Het komt mij, zoover ik het thans inzie, voor, dat het voorstel, zoo als het nu is geredigeerd, juister is dan hetgeen door den geachten spreker uit Nijmegen is voorgedragen. Maar moet er niet gezorgd worden voor het verband tusschen de eerste woorden der alinea, waarop nu die zullen volgen welke in het laatste amendement zijn voorgesteld, en de laatste woorden dorzelfde alinea: aan het koojten van betwiste vorderingen ten laste der gemeente? Kr zal eenig verband moeten zijn tusschen die laatste woorden en de eerste. De laatste woorden scheidt men nu ongelukkig, zoo het mij toeschijnt, door een langen tusschenzin van de eersten, waarmede zij in onmiddellijk verband behooren te blijven.

Ik waag het een voorstel te doen, dat namelijk de Vergadering goed vinde over dit amendement te stemmen, behoudens de redactie van het artikel, die, indien het amendement aangenomen wierd, morgen ochtend zal worden vastgesteld. Het denkbeeld, in het amendement

Sluiten