Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen te gaan, waaraan een burgemeester zich zou kunnen schuldig maken, indien hij de Raadsvergadering in het geheel niet belegde. Er is bijvoorbeeld bij bet reglement van orde voorgeschreven, dat om de twee maanden op een bepaalden dag eene vergadering zal worden gehouden. Nu vindt de burgemeester goed die vergadering niet te beleggen. Het college van burgemeester en wethouders zal besluiten dat er eene vergadering zal worden gehouden, maar zij wordt door den burgemeester niet belegd. De leden van den Raad hebben van het recht om eene vergadering te vragen gebruik gemaakt, maar de vergadering wordt niet belegd. Moet nu tegen dergelijke willekeur worden gewaakt, moet nu voorzien worden in het geval, dat een burgemeester zich zoozeer tegen zijn plicht zou verzetten? Dit is mij tot dusver niet noodig voorgekomen. Ik kan mij moeilijk voorstellen, dat in eenige gemeente de burgemeester, ook al wilde hij zich aan dergelijke willekeur overgeven, niet door de stem van de burgerij, van de wethouders, van de leden van den Raad, zou worden verplicht te doen wat zijn plicht hem gebiedt. Wanneer de burgemeester ingevolge de voorschriften van het reglement van orde verplicht is eene vergadering te beleggen, of wanneer daartoe besloten is door het college van burgemeester en wethouders, of wanneer door leden van den Raad eene vergadering verlangd wordt, — dan kan ik mij moeilijk voorstellen, dat die burgemeester het wagen zal, het beleggen daarvan tot in het oneindige uit te stellen. Eene sanctie in de wet scheen mij dus niet te worden vereischt. Dat zoodanige willekeur volstrekt niet te pas komt, daaromtrent kan geen verschil van gevoelen bestaan tusschen eenig lid dezer Vergadering en mij; alleen kan er verschil zijn, of in dit opzicht niet kan worden vertrouwd op het publiek, op de betrekking tusschen de leden van den Raad, of het college van burgemeester en wethouders, en den burgemeester.

De geachte spreker heeft voorgesteld, dat in geval van dergelijke willekeur eerst den burgemeester zijne verplichting schriftelijk worde herinnerd, eene herinnering, die hem zal moeten worden gegeven door een of meer leden van den Raad. Wanneer hij dan verzuimt of weigert binnen drie dagen daaraan gevolg te geven, dan zal het meest gereede lid van den Raad tot oproeping der vergadering bevoegd zijn. Nu kan ik, voor zoover ik op dit oogenblik dat middel mag beoordeelen, de vrees niet onderdrukken, dat het niet zeldzaam zou kunnen leiden tot verwarring en spanning, gelijk in den regel, wanneer men zich eigenmachtig recht verschaft, wanneer men zich recht verschaft buiten den gewonen weg. Meent men, dat het middel niet zal worden gebruikt, niet in toepassing gebracht, dan noopt ons niets, om het in de wet te schrijven. Maar wordt het in toepassing gebracht, dan zal tusschen de leden van den Raad als het ware een wedstrijd worden geopend, wie het eerst de vergadering zal uitschrijven. Kan dat worden toegelaten bij de wet? Wanneer men het middel noodig keurde, zou het dan,

Sluiten