is toegevoegd aan je favorieten.

De onuitgegeven parlementaire redevoeringen van Mr. J. R. Thorbecke

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het amendement van den heer v.Goltstein wordt met 40 tegen 21 stemmen verworpen.

Art 128. Veree,ïiging en splitsing van gemeenten. De heer van Goltstein ntwikkclt tal van bezwaren tegen de voorgestelde artikelen. Zij behoorden zegt hij, met in de gemeentewet hunne plaats te vinden. De regelin" is in' s rijd met de Grondwet; daa.-enboven is zij niet doeltreffend en doet aan het recht der wetgevende macht, in zooverre betreft het recht van initiatief, te koit. Het recht dat de gemeenten, als zelfstandige corporatiën, op een eigen bestaan kunnen doen gelden, wordt geschonden. De bepaling van art. 130 miskent het eigendomsrecht der gemeenten.

De geachte spreker uit Utrecht heeft in de eerste plaats betwijfeld

of het onderwerp, in artt. 128 en volgende geregeld, wel behoorde té

worden geregeld in de gemeentewet. Ik vraag: waar anders? Ik geloof

dat, zoo men die regeling niet in eene afzonderlijke wet verlangt de

gemeentewet is de meest geschikte plaats om die eenvoudige bepalingen op te nemen. ^ 6

De geachte spreker heeft gezegd, dat die regeling niet is overeenkomstig met de Grondwet. Ik heb, ik moet het erkennen, dat betoog met kunnen volgen; niet overeenkomstig de Grondwet? De Grondwet zegt, dat de wet gemeenten kan vereenigen en splitsen, en nu stelt eze wet regelen, in acht te nemen bij de voorloopige behandeling of s ruc ie van ergelijke zaak, vóór dat zij aanhangig wordt gemaakt bij de wetgevende macht.

Die regeling zelve is niet doeltreffend, is niet juist, heeft de geachte preker gezegd; hier wordt, meent hij, bij dit artikel een college gevormd, dat by de Grondwet niet bekend is, hier worden buiten de en van den Raad, anderen opgeroepen, die een advies zullen geven, „eoo me Mijne Heeren, dat de Grondwet, wanneer zij spreekt van en Raad, uitsluit het hooren van een gedeelte der burgerij buiten

en Raad, inzonderheid daar, waar het het bestaan van de gemeente moet gelden.

.Bij deze regeling, zoo als zij in het ontwerp is gebracht, meent de geac ï e spreker, is de bevoegdheid der wetgevende macht verkort. Mij dunkt dat de vraag deze is: Gf het noodig en nuttig is, of het voor wetgevende macht in bijzondere gevallen nuttig zal kunnen worden geacht, dat bij vereeniging of splitsing van gemeenten, dergelijk onder-

Z 'J-1 h 'f v'00r&eschreven, zal voorafgaan, en, zoo dat noodig en nuttig is, hetgeen meer dan waarschijnlijk is, van waar zullen dan zoo de wetgevende macht eene voorafgaande instructie mocht verlangen'

w™ !f :nllChtlTn tC verkr'jgen zÜn> dan op deze officiëele wijze? 1 ' neur dat waarschlJnllJk is, waarom zoude dan eenigszins aan de bevoegdheid der wetgevende macht te kort gedaan worden, indien de

jpZztiiLren op ",eiko,,ie v"OTioo,>ise >*-***