Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n y wenscht te geven aan dat woord, trachten te staven door een betoog ontleend van den aard der zaak; en in de derde plaats heeft hij de door hem voorgestelde verandering aangeprezen, door de Vergadering -ik erken, op eene zeer heusche wijze - bevreesd te maken voor den Minister van Binnenlandsehe Zaken; men scheen-zoo was zijne redeneering - m den Minister van Binnenlandsehe Zaken nog n veel vertrouwen te stellen; maar men moest zich toch bedenken en op zoodanige punten, als het hier geldt, vooral, zich wel tweemaal

eifenken, eer men zij'n vertrouwen gaf.

De strekking van het amendement is, naar ik meen, om aan het woord verordening, in art. 140 van de Grondwet, te geven de engste de nauwste beteekenis; en dat het woord verordening die nauwere" be-

um' *cioofik-knn me° -1 sc.x;,x

aannemen Maar de vraag is deze: of aan het woord „verordening" die enge, die nauwe beteekenis volstrekt moet worden gegeven?

Tegen het historisch betoog van den geaehten spreker op dit punt meen ik vooreerst te mogen overstellen den aard van zoodanige grondwettige bepaling, als men hier, in art, 140 der Grondwet, vindt

De Grondwet stelt een beginsel, een algemeen beginsel, en laat aan de wet over dat beginsel voor de werking te ontwikkelen en te formuleeren. Wanneer datzelfde, hetgeen nu staat in art. 140 der Grondwet wanneer dat woord verordening in eene wet wierd geplaatst, dan,' geloof ik, zou men van den wetgever kunnen verlangen dat hij geenerlei twijfel overliet ten aanzien van de beteekenis daarvan Bij den grondwetgever is het echter, geloof ik, te vergeven, dat, wanneer hij een woord bezigt, hij niet altijd bedacht is op die verscheidenheid van uitleg, die dat woord op zich zelf zou kunnen gedoogen. Zoo, geloof ik, is het den grondwetgever hier gegaan, en zoo, ik erken het is het mij ten minste gegaan, voor zoover ik aandeel heb aan de redactie van dit artikel. Ik heb mij toen niet voorgesteld, dat men ons eenmaal zou kunnen tegenwerpen: ,ja, gij steldet daar het woord verordening, maar dat woord is daar gesteld in eene bepaalde, nauwe eteekenis Zoo ik mij dit had voorgesteld, en zoo mijne stem eenigen invloed had kunnen uitoefenen op de redactie van dit artikel ik zou dan hebben gemeend, dat het beter ware een ander woord te' kiezen of zoodanige wending aan den zin te geven, dat dit misverstand niet mogelijk zou zijn geweest; want dat de bedoelde opvatting, de «eest der Grondwet in aanmerking genomen, een misverstand is, 'komt mii voor huiten twijfel te wezen.

Zoo er twijfel bestaat omtrent den zin van een woord of den «eest van een volzin dan zal toch wel in de eerste plaats de uitleg moeten worden ontleend aan de wet zelve, waarin dat woord of die zin voorom . ',n wanneer ik nu ontmoet heb zoodanige opvatting, als de geachte spreker nu wil brengen in de wet, wanneer ik zoodanige en«e nauwe beteekenis aan het woord verordening heb hooren hechten

Sluiten