Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

clan heb ik mij gerust gesteld door do analogie van art. 140 met art 133 van de Grondwet, eene analogie, waarop de geachte spreker uit Friesland reeds heeft gewezen.

Art. 133 zegt: „De Koning heeft het vermogen de besluiten dor taten, die met de wetten of het algemeen belang strijdig zijn te schorsen of te vernietigen". Het komt mij voor, gelijk ik reeds vroeger (leze dlscussien te kennen gaf, dat indien de Grondwet zoo wierd opgevat, dat zij aan den Koning de bevoegdheid geeft, dat zij den omng den plicht oplegt, om de besluiten van de Staten — al de besluiten, zoowel van de volle Statenvergadering als van de Gedeputeerde Staten — wanneer zij met de wetten of het algemeen belang strijdig zijn, te schorsen of te vernietigen; en dat er nu ten aanzien van gemeentebesturen, door het bezigen van het woord verordeningen in art. 140, zou overgelaten zijrf eene vrije plaats, of — om de uitdrukking van een der laatste geachte sprekers over te nemen — een vrij terrein, tot hetwelk die schorsende of vernietigende macht niet zou reiken, — dat die opvatting zou strijden met alle regelen van gewonen, ik zou haast zeggen, van gezonden uitleg, bij twijfel over de beteekenis van een woord, over den nauweren of engeren zin waarin dat woord moet worden opgevat, meen ik, dat zoodanige vergelijking van de wet met de wet zelve alles afdoende is. Dat toch in het algemeen verordening kan worden genomen voor hetgeen wordt verordend, geboden of beschikt, dat zal ook, dunkt mij, voor den «reachten voorsteller van het amendement aan geen twijfel onderhevig zijn, en nu verlang ik alleen, dat aan verordening worde toegekend de beteekenis, die moet worden gegeven aan besluit, en er kan geene

handeling van bestuur worden gepleegd, of die handeling bestaat in een besluit.

Dit betreft den uitleg van art. 140 der Grondwet, voor zoover wij hier met dat artikel hebben te doen, en, wanneer de geachte spreker voorsteller van dat amendement, mij gewezen heeft op eene verwantschap waaraan ik nog al scheen te hechten, en waaraan ik ook iner aai ec t, op de verwantschap namelijk tusschen de voorschriften van de Grondwet ten aanzien van de gemeentebesturen en die ten aanzien van de provinciale besturen, dan meen ik dat die verwantschap spreekt voor mij, vóór het ontwerp van wet, vóór dit art. 150. De geachte spreker heeft nu wel gewezen op art. 131, maar ik meen dat art. 133 hier is van onmiddellijke, van klemmende toepassing.

In de tweede piaats betoogde de geachte spreker den uitleg, dien hij door de wet gegeven zou willen zien aan het woord: verbrdeninqen, uit den aard van de zaak. Maar op welke gronden? De geachte spreker ïeeft meer dan een bewijs bijgebracht, waarom, volgens hem, uit < en aard der zaak, die kracht van schorsen en vernietigen niet gebruikt mocht worden, dan om te schorsen en te vernietigen algemeene voorschriften. De geachte spreker heeft in de eerste plaats gezegd-

Sluiten