Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandacht van de Vergadering gevestigd op het begrip van de zelfstandigheid der gemeenten, van de autonomie dier gemeenten zoo als hij het ook wel genoemd heeft; hij heeft gezegd, dat de Grondwet van 1815 die autonomie, die zelfstandigheid heeft gewild en de Grondwet van 1848 zeker niet minder; die zelfstandigheid zou, meende hij zoo ze moest afhangen van het belang van den Staat, ophouden zelfstandigheid te zijn; zelfstandigheid zooverre met het belang van den Staat overeenkomt, is naar zijne meening geene zelfstandigheid. Zoo, lijne Heeren, versta ik de betrekking tusschen de genieenten en den Staat niet. De gemeente bestaat, leeft in den Staat door den wil van den wetgever en de gemeente zal door den wil van den wetgever sterven. Wanneer de wetgever de gemeente verkiest te ontbinden, dan wordt zij ontbonden; dat is het voorschrift van de Grondwet. Maar dat de gemeente zou kunnen zijn, bestaan, handelen tegen het algemeen belang, dit zou zijn eenheid met een daaraan vijandig element, dit zou zijn eene zelfstandigheid niet te dulden in den Staat zoo als wij dien begrijpen en zoo als die ook door de Grondwet begrepen wordt; in een Staat die geheel verschillend is van zoodanigen Staat uit vroegere tijden, als wellicht den geachten spreker voor den geest zweefde, waar de Staat inderdaad is eene aggregatie, een samenrijgsel van gemeenten, streken of provinciën, die elk voor zich in het bezit zijn van hetgeen men wel eens pleegt te noemen souvereiniteit, maar die dan ook nog iets overlaten aan het algemeen bestuur, aan de samenbindende macht, zoodat, hetgeen niet uitdrukkelijk aan deze overgelaten is, toekomt aan elk van de deelen afzonderlijk. Het begrip eener zelfstandigheid, als in die vroegere dagen bestond, is strijdig met de Grondwet, strijdig met hetgeen de tegenwoordige tijd eischt. Deze wet, zegt de geachte spreker, zal automaten vormen. Het is waar — zoo redeneert hij — volgens dit artikel kan het algemeen bestuur eene verordening niet opdringen; het algemeen bestuur kan enkel schorsen of vernietigen; maar dat algemeen bestuur zal tien, twintig of meermalen schorsen, en zal zoo doende, door eene gedurig herhaalde schorsing, dwingen om enkel die verordeningen in te voeren, die dat algemeen bestuur in den zin heeft. Ik geloof, dat de geachte spreker zich geene juiste voorstelling gevormd heeft van do betrekkingen tusschen het algemeen Gouvernement of den Minister van Binnenlandsche Zaken en de gemeenten. In den regel is de aanraking van iedere bijzondere gemeente met den Minister van Binnenlandsche Zaken hoogst zeldzaam, en om zoo te zeggen, louter toeval; toeval, voortspruitende uit een of ander belang van specialen aard, dat die bepaalde gemeente met het algemeen Gouvernement in aanraking brengt. Doorgaande zijn de gemeenten buiten den werkkring van het algemeen bestuur geplaatst, hn nu zou men zich voorstellen dat uit deze wet voor een gouvernement, gezind om te uniformeeren, het vermogen zou voortkomen om zeker systeem van huishoudelijke verordeningen aan elke gemeente op

Sluiten