Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ik vat den geachten spreker uit Gouda op dit punt, en inzonderheid vat ik hierop den geachten spreker uit de hoofdstad, want wanneer die artt. 184 en 185 werkelijk traden op het gebied van de algemeene politie, dan had de geachte spreker uit de hoofdstad ook de verwerping van die artikels voor te stellen. En dat hefeft hij niet gedaan; hij heeft die artikels behouden.

De geachte spreker uit Gouda zegt: „Er wordt een greep in het stelsel van politie gedaan". Neen, dat wordt niet gedaan; er wordt niet gepraejudicieerd, en dit kan niet gebeuren zoolang de hier gestelde bepalingen blijven op het eigenaardig gebied van de gemeentewet. En ik geloof niet, dat er bepaaldelijk zal kunnen worden aangewezen, dat de algemeene politiewet ten aanzien van de gemeentepolitie zou kunnen aannemen een ander stelsel, dan hier bij dit ontwerp is gevolgd. Men zal dit niet kunnen, of men moest met den geachten spreker uit de hoofdstad willen, dat men dit gedeelte van plaatselijke wetgeving en van plaatselijk bestuur ten eenen male centraliseert. Men zou dan moeten verklaren bij de wet, dat ten aanzien van het geheelc gebied van de politie (en dat is meer dan de helft van de bevoegdheid en van den regeeringsplicht die rust op de plaatselijke besturen), dat ten aanzien daarvan geene gemeentelijke of plaatselijke zelfstandigheid van toepassing zal zijn. Wanneer dat het stelsel moet zijn, hetwelk bij eene algemeene wet zal kunnen worden aangenomen, dan, ja dan wordt er een greep gedaan in het stelsel. Ik geloof echter niet dat iemand uwer die tot nu toe heeft medegewerkt tot het tot stand brengen der gemeentewet, en die de Grondwet wel heeft overwogen, er aan heeft gedacht, dat een dergelijk stelsel, zelfs van verre, bij die algemeene politiewet zou kunnen worden aangenomen. Ik herhaal dus: er kan bij deze gemeentewet geen greep gedaan worden in het stelsel der algemeene politie, zoolang deze wet blijft binnen hare grenzen, omdat zij ten aanzien van de politiewetgeving en de uitvoering van de politieverordeningen niet verder gaat, dan de gemeentelijke bevoegdheid, dan de plicht van de gemeentebesturen medebrengt.

De geachte spreker heeft nog gezegd: „er zijn tegenwoordig zoovele conflicten, dat het onbegrijpelijk is, hoe zelfs de meest kundige ambtenaren van de politie nog handelen kunnen; want wanneer zij de verschillende verordeningen raadplegen, dan kunnen zij niet weten, waar zij zich aan moeten houden". Maar nu wenschte ik, dat de geachte spreker, toen hij dat verwijt richtte aan de tegenwoordige wetgeving van algemeene politie, het oog had gevestigd op eene bepaling, voorkomende onder de ook door hem ter verwerping bestemde artikels, eene bepaling, waardoor, zoo mij dunkt, datgene zal worden opgeheven, waaruit tot dusver die conflicten voor een gedeelte ontstonden. Het was niet zeker, of de uitvoering eener huishoudelijke politieverordening niet uitsluitend behoorde aan den commissaris van politie, een algeuieenen of rijks-ambtenaar. Het verband tusschen de werkzaamheid

Sluiten