Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik moet er bijvoegen, dat het bij de provinciale wet van veel minder belang was. De provinciale finantiën zijn in den regel beperkt; de vergadering die over de provinciale begrooting te oordeelen heeft, is groot. Die geheele aangelegenheid mag worden beoordeeld naar 'een anderen maatstaf dan gemeentebegrootingen en gemeenterekening. Maar, gelijk ik zeide, het aannemen van dergelijk stelsel als hier, was daar onmogelijk. Al ware het wenechelijk, al ware het noodig geweest, het kon niet, vermits dat besluit van de Staten hetgeen de rekening vaststelt, een besluit is, inhoudende eene verordening van algemeen provinciaal belang, waarop de Koning, volgens de Grondwet, niet anders kan zeggen dan: ja of neen.

De geachte spreker zegt: wel, er is een middel dat Gedeputeerde Staten in handen hebben, om den Raad tot vaststelling van dc rekening te dringen. Wanneer het gemeentebestuur de rekening laat liggen. dan zullen Gedeputeerde Staten niet goedkeuren de begrooting, waarop het saldo van de rekening zal moeten worden gebracht. Ik antwoord: \ ooreerst, Mijne Heeren, dat dit maar zal werken ten aanzien van die latere begrooting, waarop dat saldo der rekening zal moeten voorkomen. Maar in de tweede plaats, Mijne Heeren, laten wij toch niet, al is het een middel, zulk een uiterst middel in de wet brengen, dat van wege iets dat buiten de begrooting gelegen is, de Gedeputeerde Staten zullen weigeren de begrooting goed te keuren. Laten wij niet eene wet maken, waaruit de noodzakelijkheid voortvloeit dat tot dergelijk uiterst middel dikwijls de toevlucht zou moeten worden genomen. Ik moet erkennen, dat ik voor mij, lid van Gedeputeerde Staten zijnde, dat middel niet licht zou durven aangrijpen. Ik zou mij ten minste twee maal bedenken, eer ik tot het besluit kwam eene begrooting af te keuren, omdat de rekening, waarvan het saldo in die begrooting moest verschijnen, nog niet was vastgesteld, nog niet was veranderd door den gemeenteraad, zoo als de Gedeputeerde Staten oordeelden.

De geachte spreker heeft gezegd: de Gedeputeerde Staten kunnen dwalen; zonder eenigen twijfel kunnen de Gedeputeerde Staten dwalen, maar de aanleiding tot dwaling zal bij de Provinciale Staten zeer zeker flauwer en zwakker zijn dan bij den Gemeenteraad. J5n wanneer nu Gedeputeerde Staten hebben gedwaald, welnu, dan geeft art. 227 een volkomen middel tegen die dwaling van de Gedeputeerde Staten: de Raad zal daartegen opkomen bij den Koning.

De geachte spreker heeft gezegd: ja, maar de burgemeester is meer in betrekking met de Gedeputeerde Staten dan de leden van den Raad het zijn; bij is ook bekend met de ambtenaren van het provinciaal gouvernement, en dit een en ander zou wei eens te weeg kunnen brengen, dat de burgemeester die ongelijk had, gelijk kreeg. Vooreerst het geldt bier den burgemeester niet alleen, het geldt hier burgemeester en wethouders. Maar ten andere, de Raad zal bij den Koning in beroep kunnen komen. I)e Raad zal de dwaling kunnen doen herstellen,

Sluiten