Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het stelsel van het amendement wierd aangenomen, en dan zou niet overblijven, dan dat het besluit van Gedeputeerde Staten ter afkeuring van de rekening, zal kunnen worden geschorst of vernietigd.

Het amendement van den heer Poortman wordt met 51 tegen 10 stemmen verworpen.

Art. 225. Ingeval geen bevelschriften worden afgegeven tot betaling van hetgeen door de wet aan de gemeente is opgelegd, kunnen Gedeputeerde Staten, na den Raad te hebben gehoord, de betaling bevelen. Ook, zoo .Ie uitgaaf niet in de begrooting werd opgenomen?

De bedenking of althans het beginsel van de bedenking, door den geachten spreker (den heer van der Linden) geopperd, is reeds geopperd m het verslag der Kamer en het antwoord daarop van regeeringswege in de memorie van beantwoording gegeven. Zonder eenigen twijfel moeten onder de uitdrukking door de wet opgelegd, zoodanige posten worden begrepen, die door Gedeputeerde Staten ter uitvoering der wet op de begrooting moesten zijn gebracht, zoowel als die daarop zijn gebracht en waarvoor de bevelschriften tot betaling door burgemeester en wethouders niet worden afgegeven. Gedeputeerde Staten moeten ook in de laatste instantie voor de uitvoering der wet kunnen zorg dragen, [n dien /.in moet het artikel verstaan worden. Het is niet te onderstellen dat Gedeputeerde Staten zullen vergeten hebben een post, die volgens de wet op de begrooting moet worden gebracht, daarop' te brengen. De bevoegdheid van Gedeputeerde Staten om bevelschriften af te geven zal dus doorgaande wellicht uitsluitend bestaan in de uitvoering van hetgeen op de begrooting is opgeteekend.

Hetgeen het Gouvernement bij de memorie van beantwoording heeft gezegd, had betrekking op een geval dat misschien nooit zal voorkomen Bij het verslag was gewenscht, zoo mijne herinnering althans juist is, dat hier ingelascht zouden worden de woorden: voor zoo ver de uitgaaj op de begrooting gebracht is. In deze bijvoeging heeft het Gouvernement zwarigheid gevonden, omdat voor het zeldzame geval dat bij bet onderzoek der begrooting door Gedeputeerde Staten vergeten of verzuimd was daarop te brengen wat daarop volgens de wet behoorde voor te komen, de wet evenwel krachtiger behoorde te zijn dan zoodanige vergissing, zoodanig verzuim.

Het antwoord op de vraag van den geachten spreker is dus bevestigend, maar altijd zal slechts binnen de perken der wet van de bedoelde bevoegdheid door Gedeputeerde Staten gebruik kunnen worden gemaakt.

Volgens den heer van der I.inden, wordt door het voorgestelde artikel, zóó opgevat als ,1.. minister aangaf, de geheele gemeentekas „onbeperkt en onbepaald overgegeven in handen van Gedeputeerde Staten". De heer v. Hall zei, het artikel was overbodig en in ieder geval onvolledig, omdat het niet regelde de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten voor het afgeven van "dergelijk bevelschrift.

Sluiten