Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„gemeente" en „worden opgenomen" in te voegen „met toestemming van den Raad". Iloe, indien de gemeente geen schade leed? Waarom „ter kwader trouw"?

I-id '2. „Wanneer daartoe volijens dit artikel termen zijn"; behoort dit niet algemeener te luiden?

Omtrent dit artikel heeft de geachte spreker uit Utrecht (de lieer van Goltstein) eene opheldering verzocht. Hij heeft gevraagd of niet zou moeten worden uitgezonderd het geval dat de gemeente door de uitgaven werd gebaat, hoezeer die uitgaven buiten de begrooting waren geschied. Om het noodzakelijke, het billijke van zoodanige uitzondering aan te dringen, heeft die geachte spreker ingeroepen eene nog ongeboren wet op de ministerieele verantwoordelijkheid.

Ik moet hier vooreerst antwoorden, dat dit artikel is art. 124 van de provinciale wet, waar die uitzondering ook niet is gemaakt. Hier derhalve, in een gelijk geval, als waarop het artikel der provinciale wet doelt, eene uitzondering te maken, die in die provinciale wet niet ls toegelaten, zou leiden tot eene ongelijkheid in de toepassing, tot verwarring in de uitvoering. Het schijnt mij bovendien niet noodig, want ik kan niet aannemen, dat de rechter zou veroordeelen tot het presteeren, tot het betalen van schadevergoeding, wanneer gecne schade geleden was door de gemeente, en dit zal het geval zijn wanneer de gemeente door de uitgaaf wordt gebaat. Dit is de zin van het artikel, zooals bet de zin is van art. 124 der provinciale wet.

De geachte spreker uit Friesland (de heer .Jongstra) heeft in de eerste plaats een amendement voorgedragen op het slot van de 1ste ainea van art. 226. \ olgens dat amendement zou daar worden gelezen: „mdicn die uitgaven bij het in art. 222 bedoeld besluit van Gedeputeerde Staten niet onder de uitgaven der gemeente met toestemming van den Rnnd worden opgenomen." Dit amendement durf ik niet ondersteunen. Het brengt ons terug tot een stelsel, dat de Vergadering niet leeft willen aannemen en door de aanneming van dit amendement zou men een hoofddoel van art. 226 verijdelen. Dat hoofddoel is, dat Gedeputeerde Staten de macht zouden hebben om vnst te stellen en wel om de redenen, vroeger ontwikkeld. Wanneer nu die vaststelling gebonden ware aan de toestemming van den Raad, wat zou dan ge" icuren? Ik verzoek den geachten voorsteller van het amendement het oog te willen vestigen op art. 213. Wanneer zoodanige uitgaven, als "j '""''^cl bedoeld zijn, uitgaven buiten de begrooting, niet goedgekeurd worden door Gedeputeerde Staten, zullen zij uit de rekening worden gelaten. Dit moet gebeuren, dit wil de wet, en nu zouden de Gedeputeerde Staten, alvorens dit te kunnen doen, de toestemming van den Raad moeten afwachten. Dit nu is niet vercenigbaar met het toezicht, met het gezag over den Rnad, dat aan Gedeputeerde Staten ( oor ( eze w za^ worden verzekerd. Met dit amendement keert men • terug tot hetgeen de spreker uit Schiedam (de heer Poortman) wilde

Sluiten