Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekening, maar de Gedeputeerde Staten, die die uitgaaf niet hebben goedgekeurd, zullen zulks niet kunnen gedoogen. Er zal verschil blijven, cn evenwel wil nu do geachte spreker de vaststelling van de rekening van de toestemming van den Raad afhankelijk maken. Nu meen ik, dat de vrees die bij den geachten spreker schijnt te bestaan, ongegrond is; en dat is dezelfde vrees, die den geachten spreker uit Schiedam (den lieer I oortman) gebracht heeft tot het voorstellen van zijn amendement, eene vrees die hot mij verrast te zien deelen door den geachten spreker uit Friesland, vermits deze het stelsel van de wet wil. Die vrees, zeg ik, die de geachte spreker uit Friesland te kennen geeft, schijnt mij inderdaad niet gegrond. Waarop komt het aan bij dit artikel? Niet op een verschil tusschen den Raad en de Gedeputeerde Staten ten aanzien van het eindcijfer der begrooting; over de vraag, of de aangewezen begrootingspost overschreden is, al dan niet. Dit bewijst zich van zelf; hierover, dunkt mij, kan geen twijfel bestaan. Maar de twijfel zal bijv. rijzen ten aanzien van uitgaven voor werken; men zal verschil hebben over de vraag of die uitgaven zijn aangewezen op den post, waarop ze behooren aangewezen te worden. De Raad begrijpt dat die uitgaven niet overeenstemmen met dien post, of daarmede wel overeenstemmen, en Gedeputeerde Staten zijn van een ander begrip. Welnu, nu zegt het stelsel van de wet, de Gedeputeerde Staten zullen beslissen, maar het amendement van den geachten spreker maakt die beslissing afhankelijk van de toestemming van den Raad, die juist op dat punt met de Gedeputeerde Staten verschilt. Mij dunkt de geachte spreker, die het systeem van de wet wil, moet bij nader inzien, bij nader overdenken zijn amendement laten varen.

Naar de heer Poortman meent, maakt het amendement geen inbreuk op het stelsel van de wet; het geeft slechts eene uitzondering voor één hijzonder geval. Zijn burgemeester en wethouders, zoo zij te goeder trouw handelden, niet aansprakelijk?

Lid. 2. Zal ook de rechter geneigd zijn bij analogie dit artikel toe te passen?

De geachte spreker, die het amendement ondersteunt dat gewis in zijn geest is, meent dat bij dat amendement enkel in een geval van uitzondering de toestemming van den Raad zou worden vereischt en geen inbreuk wordt gemaakt op het stelsel. Maar zoover hier uitzondering zou zijn, zoover zou dan toch inbreuk worden gemaakt op het stelsel. De uitzondering berust toch stellig altijd op andere regelen dan het stelsel zelf waarop de uitzondering wordt gemaakt. Maar is dat nu wel juist? Het komt mij, na het lezen, niet zoo voor als den geachten spreker. De geachte spreker heeft het zoo voorgesteld alsof hier van opneming in de rekening sprake was; maar er is hier sprake van niet-opneming in de rekening en tot die niet-opneming vereischt het amendement van den geachten spreker uit Friesland de toestemming van den Raad. Tot die niet-opneming nu te vereischen de toestemming

Sluiten