Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee redenen aangevoerd; vooreerst, omdat volgens art. 142 der Grondwet het oppertoezicht behoort aan den Koning; en in de tweede plaats, vanwege art. 67 der Grondwet, hetwelk dispensatie van Koningswege toelaat in de bij de wet omschreven gevallen. Ik vraag nu aan den geachten spreker, of de wet, op die wijze handelende, wel getrouw zal blijven aan hetgeen hij van haar verlangt, ingevolge zijne opvatting van de Grondwet? De geachte spreker zegt, dat de Grondwet alleen wil, dat algemeene regels worden gesteld, regels, die geene uitzondering toelaten; en nu wil hij, althans zoo ik hem juist heb verstaan, ook regels hebben, waarop uitzondering kan worden gemaakt. Ik geloof dat hier willekeurig wordt onderscheiden onder zoodanige algemeene regels, als de Grondwet zoude willen, en zoodanige nuttige algemeene regels, als bovendien in de wet zouden kunnen worden gebracht. Ik geloof dat de Grondwet, wanneer zij verlangt algemeene regels, volkomen vrijheid laat om te geven die algemeene regelen, die men nuttig of noodzakelijk keurt.

Wanneer men zegt, dat de Grondwet, schoon zij gebiedt dat de wetgever algemeene regels stelle, toch enkel hoofdtrekken wil, dat zij geen stelsel, geen rangorde wil, dan moet ik toch verzoeken te letten op hetgeen de wetgever heeft aangenomen bij art. 117 van de provinciale wet. De huishoudelijke vrijheid bestaat volgens de Grondwet bij de Provinciale Staten, gelijk bij de gemeentebesturen. Bovendien heeft de Grondwet ten aanzien van provinciale belastingen niet gezegd, dat de wetgever algemeene regelen zou stellen. Wat zegt nu de provinciale wet? Zij zegt in art. 117, dat accijnsen niet als provinciale belastingen mogen worden voorgedragen, en aij voegt daarbij: „Voor het overige is de voordragt van provinciale belastingen onderworpen aan de regels en perken, door de wetten betreffende 's Lands belastingen gesteld". Behalve dus dat iedere provinciale belasting aan het oordeel van den wetgever wordt onderworpen, wordt de wetgever hier opgeroepen om algemeene regels ten aanzien van provinciale belastingen te geven. Vergunt mij, Mijne Heeren, eene vergelijking te maken. Het gaat met de Grondwet als met het Evangelie. De Grondwet laat meerdere vrijheid dan hij, die uitsluitend zijn dogma in de Grondwet wil vinden, zich voorstelt. Ieder leest of wil in de Grondwet, waar zij van wetgeving spreekt, de wet lezen, zooals hij zich die voorstelt. Maar ik meen te mogen zeggen, dat de Grondwet milder, rijker is dan dergelijke uitsluitende voorstelling; de Grondwet laat niet slechts één bepaald opstel van wet, maar eene groote verscheidenheid van formatie toe.

•2°. Daargelaten het recht, en aangenomen dat de wetgever zóóveel recht hebbe als dit ontwerp hem toekent, is de voorgestelde regeling niet goed. Dit beweerde men om onderscheidene redenen.

Vooreerst om deze reden, dat de voorgestelde regeling te ver gaat, te beperkend is voor de gemeentebesturen en voor den Koning. De wetgever moet zich, zeide men, alleen voorstellen te zorgen, dat liet

Sluiten