Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeentelijke belastingen, na te gaan; indien de Minister op dat verwijt van mindere bekendheid, aan het Gouvernement gedaan antwoordde: maar de inlichtingen, u medegedeeld, getuigen enkel van' vasthoudendheid aan bestaande gewoonten, aan den ouden slender — indien de Minister zóó antwoordde, ik vraag of dan de discussie daardoor bevorderd, daardoor verder gebracht zou zijn?

Ik kom nu tot de bezwaren zelve, en in de eerste plaats tot die - ke ëeoPPerd zlJn bij eene nota, die, zooals ik in deze Vergadering hel gehoord, vanwege de Regeering van Amsterdam zou zijn over" gelegd, hetgeen ik te voren niet had vermoed. Ik heb dit hooren zeggen door onderscheidene sprekers en daarbij hooren voegen, dat het Ministerie van Binnenlandsche Zaken geheel was geslagen door die nota. Ik, Mijne Heeren, heb die nota niet beschouwd als afkomsti" van de Regeering van Amsterdam, maar wel - ik zal het oprecht zeggen als afkomstig van een ondergeschikt ambtenaar, wien men ad opgedragen de zaak eens na te gaan. Nu is het eene zeer loffelijke eigensc lap van een ondergeschikt ambtenaar praesentem reipublicae statum tuen; dit is loffelijk binnen die perken van ondergeschiktheid welke echter hoogere ambtenaren, welke de Vertegenwoordigers des Lands moeten durven te buiten gaan. Ik zal sommige van de aanmerkingen, m die nota vervat, doorloopen. Het stuk heeft ten opschrift„Nota tot wederlegging van den staat lit. D, overgelegd bij de Memorie van Antwoord der Regeering op het bij de Tweede Kamer der Statenicneraal opgemaakte rapport over de voorgedragene gemeente-wet". De nota spreekt in de eerste plaats van de grondbelasting voor gebouwde eigendommen Men zegt daar, dat de koopprijzen van de gebouwen in de hoofdstad tegenwoordig zeer zijn verminderd, in vergelijking met liet tijdvak van de regeering van Koning Lodewijk. Niets is natuurlijker; ten tijde van Koning Lodewijk was Amsterdam niet alleen hoofd-maar ook hofstad; de departementen van algemeen bestuur waren daar toen gevestigd Dat de koopprijzen dus zijn achteruitgegaan, is niet vreemd.

aar volgt daaruit, dat 111 Amsterdam de grondbelasting zoo geweldig drukt , dat eene verhooging van 10 opcenten op de hoofdsom van die belasting (ik neem nu het maximum), daar zooveel meer bezwarend zou zijn dan elders? Volgt cr dit werkelijk uit? Volgens de nota wel maar zij onderstelt zeer onjuist, dat de taxatiën der kadastrale huurwaarden zijn gegrond op de verkoopprijzen van de vaste eigendommen in 1. 0/ of 1808. Dit is zoo niet; die taxatiën zijn gegrond op de huurwaarden tusschen 1816 en 1826. Nu zegt men: die verhooging van opcenten zal voor de eigenaars een groot verlies veroorzaken.

anneer men gezegd had een verlies, dan zou ik dit niet tegenspreken maar de nota zegt een groot verlies, en stelt het zoo voor: „dat elke' vermeerdering van belasting voor de eigenaars een gevoelig verlies zal veroorzaken en noodwendig eenen verderen teruggang van verkoopswaarde moet ten gevolge hebben en dat de vermeerdering van 10

Sluiten