Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij dus zeker bekend is, schoon zijne kennis zeer algemeen is over de geheele provincie Overijsel. Te Heino bedroeg de opbrengst der belastingen op de voorwerpen van verbruik, en daarbij is bet gedistilleerd

medegerekend, in 1848 (het laatste jaar waarover de statistieke opgaven

loopen) ƒ 272, maar de opbrengst der hoofdelijke omslagen f 1600.

e Hellendoorn was de opbrengst der accijnsen (met het gedistilleerd) / ••)■>«, maar de hoofdelijke omslag ƒ 2500. Te Hengeloo was de op

Tter aCrJ'nSCn /737' die Van de hoofdelijke omslagen circa ■' f'.lk vind dat ln de gezamenlijke landgemeenten van Overiisel

/■Di9nmnar 184?' d! °pt,rCngSt der hoof,iclijke omslagen was ongeveer J J2U,UUU, en dat de opbrengst van verbruikbelastingen in die landgemeenten was ƒ 38 a ƒ 39,000, zoodat aldaar de opbrengst van de hoofdelijke omslagen stond tot de opbrengst der belastingen op voorwerpen van verbruik, als 100 tot 32; dus nog niet één derde van de opbrengst der hoofdelijke omslagen was de som der verbruik belastingen.

De geachte spreker heeft gezegd: in vele gemeenten ten platten lande is men gewend aan hoofdelijke omslagen en dit beteekent waf het is niet alleen de vraag, welke belasting de beste is, maar ook' welke de burgerij het liefst betaalt. Mijne Heeren, laten wij het daarop niet laten aankomen. In 1787, naar ik meen, was de eerste vergadering van notabelen te Parijs bijeengekomen, — het was de tijd der voor" bereiding van de Fransche revolutie, — bezig te beraadslagen over een voorstel van Calonne, een nieuw systeem van belastingen in verband met dc nieuwe organisatie, die velen behoefte scheer. Die ®raa s .iging gaf destijds aan een geestig dagblad aanleiding tot een dialoog, tusschen een troep hoenders en een kok. De kok richtte aan de hoenders de vraag, met welke saus zij gebraden wilden wordenmaar het antwoord van de hoenders was, dat zij geheel niet gebraden wilden zijn. Zoo vrees ik ook, dat wanneer aan de burgers de vraag gedaan werd: welke belasting wilt gij liefst betalen, men het antwoord zal ontvangen: in het geheel geene. In allen geval, Mijne Hoeren ook wanneer men de meeste bereidwilligheid, mocht onderstellen bij de ingezetenen, ook dan geloof ik, zou men het niet op het beantwoorden van die vraag mogen laten aankomen bij dc beslissing van ( en wetgever. Ik geloof, dat dc wetgever zich naar andere regels moet gedragen bij het invoeren van belastingen, dan naar den lust of de

' e blJ de mgezetenen voor deze belasting meer, dan vooreene andere, mocht bestaan.

De geachte spreker heeft gezegd, tegen de hoofdelijke omslagen ziin weinig reclames. Dit, Mijne Heeren, mag niet gezegd worden van alle provinciën; in sommige provinciën rijzen zeer vele reclames. En ik moet dan toch van die reclames zeggen, dat er onder zijn, die zeer billijk en zeer rechtvaardig schijnen, waarbij men echter den grond der onrechtvaardigheid niet ontdekken kan. De geachte spreker "heeft

Sluiten