Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk ik vroeger eene dergelijke vraag deed, of dan de discussie verder gebracht zou zijn?

Een ander spreker, uit Nijmegen (de heer van Lynden), heeft gózegi , dat het nieuwe artikel onaannemelijk, volstrekt onaannemelijk is en wel uit dezen hoofde, dat de wetgevende macht zou gaan zitten op de stoelen van den Raad. Mijne Heeren, wanneer dat waar ware, zou Ik door het voorstellen van dat artikel mijne beginselen in hooge mate ontrouw zijn geworden. Niets scheen mij steeds minder constitutioneel, dan wanneer de eene macht in de plaats treedt van de andere, grondwettig tot eene bepaalde daad bevoegd. Maar vindt dat hier plaats? Wanneer de wet zal zeggen, dat eene bijzondere wet de gemeenten aanwijs , waar afgeweken zal kunnen worden van de regelen, bij deze gemeentewet gesteld, gaat men dan zitten op de stoelen van dén Raad? Zou men dan aan de gemeenten bepaalde belastingen opdringen? Mijdunkt neen; men zal de redenen onderzoeken, die er voor pleiten om aan het Gouvernement des Konings vrij te laten, ten aanzien van

zekere gemeente af te wijken van de verbindende regelen der wet. Ziedaar alles.

III. Mijne Heeren, ik moet in de derde plaats trachten aan te toonen, dat de naleving van de regels, zooals zij bij deze wet zijn voorgesteld eene weldaad zal zijn voor de gemeente in het algemeen. Om dit aan te toonen, hetgeen ik in korte trekken zal doen, althans zal trachten te doen, vraag ik eerst: waaruit zijn deze regels ontleend?

En dan moet ik, naar de gedachteleiding die bij mij is voorafgegaan, antwoorden: uit twee gronden. De regelen zijn ontleend uitalgemeene finant.eele waarheden en uit het algemeen belang, beide op dit punt innig verbonden. ^

,.tWf VS hfA l,eknS? Is het datgene, wat de geachte spreker

uit de hoofdstad (de heer van Hall), ons als het algemeen belang, zoover het hier tot richtsnoer moet strekken, heeft doen kennen? Het algemeen belang is hier, heeft de geachte spreker gezegd, dat de ophengst van s Rijks middelen geen schade Jijde. Mijne Heeren, ik vrees dat wij het begrip en de eischen van het algemeen belang, op die wijze, binnen een veel te engen kring drijven. Het algemeen belang omvat met alleen de opbrengst van 's Rijks middelen, maar het omvat de algemeene behoefte van de Nederlandsche maatschappij, waar die gevestigd zij, in elke gemeente. Het algemeen belang is overal, is alom tegenwoordig. De wetgever heeft voor het algemeen belang niet a leen over het Rijk in zijn geheel, maar in de grootste gelijk in de kleinste gemeente te zorgen. Wanneer ik nu zeg, dat dat algemeen belang eene rechtvaardige verdeeling van de belastingen wil, met alleen van de Rijksbelastingen, maar ook van de belastingen waar die ook worden opgelegd in ons Rijk, in iedere gemeente, in iedere p aa s, wanneer ik zeg, dat het algemeen belang beperking wil

21*

Sluiten